Bart Ehrman – How Jesus became god (2)

In het eerste deel van deze recensie hebben we gezien dat er in de tijd van Jezus veel minder dan nu een absolute scheiding was tussen het goddelijke en het menselijke. Zowel buiten als ook binnen het Jodendom van die tijd was er een continuüm van mogelijkheden tussen normaal mens en god. Deze keer kijken we specifieker naar Jezus en vooral wat we historisch wel en niet kunnen weten over zijn opstanding.

Historische Jezus

9780061778186Ehrman geeft een zeer beknopt overzicht van de problemen, methodes en resultaten van het onderzoek naar de historische Jezus. Het probleem is dat de bronnen die we hebben pas decennia na zijn dood zijn opgeschreven, dat ze niet zijn geschreven door ooggetuigen maar pas na een proces van mondelinge overlevering zijn opgeschreven en dat ze niet vanuit een neutraal standpunt zijn geschreven. Onvermijdelijk bevatten onze bronnen dus naast historisch correcte zaken ook verhalen die niet historisch correct zijn maar in de tussenliggende jaren zijn aangedikt, veranderd of zelf compleet verzonnen. Zo ontstaat er dus een verschil tussen de historische Jezus en het bijbelse beeld van Jezus.

Er zijn verschillende methoden om te bepalen of bepaalde verhalen of uitspraken wel of niet historisch betrouwbaar zijn. Of in ieder geval om te bepalen of ze meer of minder waarschijnlijk zijn. Als eerste zoeken wetenschappers naar zaken die we in meerdere onafhankelijke bronnen tegenkomen. Vervolgens kunnen we ook kijken in welke richting volgelingen van Jezus de verhalen zouden veranderen. Als we teksten tegenkomen die niet overeenkomen met wat vroege christenen dachten, dan zijn ze logischerwijs niet veranderd door de vroege christenen en daarmee waarschijnlijk authentiek. Als laatste kan worden gekeken of een verhaal of uitspraak plausibel is de culturele context van die tijd.

Belangrijk is hierin ook dat de huidige teksten soms oudere en nieuwere delen bevatten. De evangelieschrijvers maakten ook weer gebruik van bepaalde bronnen en Paulus citeert soms bestaande belijdenissen of teksten. Daar zullen we nog handig gebruik van maken.

Apocalyptisch profeet

Als we nu met deze zaken in ons achterhoofd naar de evangeliën kijken, wat vinden we dan? En in het speciaal voor deze studie, vond Jezus van zichzelf dat hij god of goddelijk was? Volgens Ehrman (en de meeste andere experts) moet Jezus vooral gezien worden als een apocalyptische profeet. Het apocalyptische wereldbeeld kent een aantal eigenschappen. Ten eerste dualisme, er is volgens hen een oorlog gaande tussen de krachten van het goede en het kwade. Ten tweede pessimisme, ze hadden het idee dat het de verkeerde kant op ging en dat het kwaad aan het winnen was. Maar ze geloofden ook dat god zou ingrijpen en er een oordeel zou komen. En dat moment van ingrijpen was  dichtbij. Jezus past heel duidelijk binnen dit beeld, in alle vroege bronnen komen apocalyptische passages voor en die wijken ook af van de opvattingen die we kennen van vroege christenen. Jezus vertelde over de zoon des mensen die zou komen om te oordelen, latere christenen dachten juist dat het Jezus zelf was die terug zou komen om te oordelen.

Maar dacht Jezus dat hij zelf god of goddelijk was? Ook hier is er een consensus, namelijk dat dat niet zo was. De korte verklaring is dat Jezus alleen in het late evangelie van Johannes god wordt genoemd en zichzelf ook god noemt. In al onze eerdere bronnen is dat niet het geval. Het lijkt erg implausibel dat die eerdere bronnen (zoals Marcus, Mattheüs en Lukas) dat vergeten zijn op te schrijven.

De langere verklaring is dat Jezus zichzelf waarschijnlijk heeft gezien als de christus (Grieks) / messias (Hebreeuws) / gezalfde (Nederlands). Na zijn dood is dat min of meer zijn achternaam geworden. Maar voor Jezus was er niemand die dacht dat sterven en opstaan uit de dood hoorde bij de taakomschrijving van de gezalfde, het is dus hoogst onwaarschijnlijk dat zijn dood en opstanding hebben geleid tot een associatie met de gezalfde. Waarschijnlijk heeft hij dus al bij zijn leven zichzelf gezalfde genoemd.

Maar was die gezalfde misschien niet een goddelijk figuur? Nee, de reguliere ideeën rondom de komende gezalfde was dat er weer een koning uit het huis van David op de troon zou komen. Maar hebben we vorige keer niet gezien dat de koningen van Israël soms als goddelijk werden gezien? Ja, maar toch is er een belangrijk verschil, zij werden altijd door anderen als goddelijk gezien, veelal lange tijd nadat ze daadwerkelijk geleefd hadden. Er is van niemand bekend dat die zichzelf als goddelijk beschouwde. Hoogstwaarschijnlijk zag Jezus dus zichzelf wel als een belangrijk profeet, maar niet als goddelijk.

De opstanding

Pas nadat zijn volgelingen gingen geloven in de opstanding van Jezus, zijn ze hem als goddelijk en uiteindelijk als god zelf gaan zien. Dat brengt ons tot de vraag over wat we historisch zouden kunnen weten over de opstanding. Wat we in ieder geval met historische methoden niet kunnen aantonen is dat Jezus uit de dood is opgewekt door god. Historici kunnen alleen beschikken over mogelijke verklaringen waar iedereen het mee eens is. Zolang er grote onenigheid is over god kan hij niet dienen als een historische verklaring, net zoals acties van marsmannetjes geen historische verklaring kunnen zijn voor wat dan ook.

Volgens Ehrman was er ook niet zoiets als het lege graf. Dit komt weer deels door onze bronnen. De oudste bron over de opstanding is een bestaande belijdenis die Paulus citeert in 1 Korinthe 15:3-5. Daarin wordt gesteld dat Jezus is gestorven, begraven, opgestaan en dat hij is verschenen aan Petrus. Nergens horen we over een leeg graf. Dat verschijnt pas in Markus, dat waarschijnlijk zo’n 35 à 40 jaar na de dood van Jezus is geschreven. Maar hoe betrouwbaar is dat verhaal in de context van die tijd?

In de beschrijvingen die we hebben van de praktijk van het kruisigen komt regelmatig terug dat de Romeinen de lichamen aan de kruizen lieten hangen zodat de vogels ervan konden eten. Juist het ontbreken van een begrafenis was onderdeel van de straf. Er is geen enkele aanwijzing dat Jezus hierop een uitzondering vormde.

Als Jezus dus niet in een graf heeft gelegen, dan kan het lege graf niet de oorzaak zijn geweest van het geloof in de opstanding. Maar zoals de belijdenis uit 1 Korinthe 15 al aangeeft, zijn verschijningen van Jezus dat wel geweest. Op dit punt stelt Ehrman dat het voor zijn verhaal niet uitmaakt of het daadwerkelijk verschijningen van een opgestane Jezus waren of hallucinaties. Desalniettemin geeft hij enige literatuur over hallucinaties waaruit blijkt dat veel mensen, zeker 10%, van alle mensen wel eens een hallucinatie heeft gehad. Bovendien blijkt het in de meerderheid van de gevallen te gaan om (recent) overleden bekenden of religieuze figuren. Historisch gezien is een hallucinatie in ieder geval dus wel enigszins plausibel.

Maar hoe kan dat?

Dus ook al kunnen historici niet aantonen dat Jezus door god is opgewerkt uit de dood, ze kunnen wel laten zien dat visioenen van Jezus hebben geleid tot het geloof dat hij nog leefde. Maar hoe kan dat? Wat betekent dat voor wie Jezus was? Al snel zijn christenen met theologische ideeën gekomen om deze overtuiging, dat Jezus uit de dood was opgestaan, te duiden. Daarover zullen we het hebben in het derde deel.

Advertenties

12 thoughts on “Bart Ehrman – How Jesus became god (2)”

  1. Omdat een belangrijk deel van deze reactie van @dsdre inhoudelijk meer bij dit deel pas, ook hier dit deel van mijn reactie op de recensie van Michael J. Kruger.

    Kruger bekritiseert de visie van Ehrman over het zelfverstaan van Jezus en draagt daarvoor een aantal punten aan. Het is natuurlijk waar dat het onderzoek naar de historische Jezus niet geheel eenduidige resultaten heeft opgeleverd. Maar ondanks afwijkende meningen en stromingen denk ik er in basis toch een redelijke consensus bestaat en dat Ehrman die heel redelijk weergeeft.

    Over het criterion of dissimilarity is inderdaad veel duscussie geweest, maar dan vooral in de vorm van het criterion of double dissimilarity zoals de leden van het Jesus seminar dat toepasten. Daarbij ging het niet alleen om onderdelen van de evangeliën die afwijken van de opvattingen van vroege christenen, maar ook van wat Joden dachten in die tijd. Als een uitspraak of idee afwijkt van zowel wat Joden dachten als van wat vroege christenen dachten, dan moet het wel authentiek zijn was de gedachte. De kritiek erop was dat je op die manier een historische Jezus construeerde die compleet losstond van zijn eigen tijd en context. Ehrman omzeilt deze kritiek mijns inziens door niet te kijken naar afwijking van Joodse ideeën, maar volgens zijn derde criterium juist te zoeken naar overeenstemming met Joodse ideeën uit die tijd. Bovendien gebruikt hij het criterium vooral in positieve zin en niet in negatieve zin. Hij gebruikt het om bepaalde zaken historisch plausibel te maken, maar niet om andere zaken verdachte te maken. Je kan inderdaad lastig zeggen dat vroege christenen iets geloofden en daarom Jezus dat dus zelf niet geloofd kan hebben. Dat zou een curieuze redenatie zijn. Maar omgekeerd is het toch zeker wel plausibel dat Jezus dacht dat binnen een generatie het einde der tijden zou zijn, juist omdat christenen die veelal na die tijd hun werken schreven geen enkele reden hadden om die woorden in Jezus’ mond te leggen.

    Dit is heel belangrijk voor het volgende punt, de verhouding tussen Jezus en de apocalyptische zoon des mensen. Inderdaad zijn er teksten waarin Jezus zichzelf identificeert met die figuur. Maar tegelijkertijd zijn er vooral in ons oudste en meest betrouwbare evangelie uitspraken van Jezus waarin Jezus over die zoon des mensen spreekt in de derde persoon, alsof het iemand anders is. Mattheüs corrigeert dit soms als hij die verhalen van Markus overschrijft. Daaruit geredeneerd is het mijns inziens vrij plausibel om te veronderstellen dat Jezus zelf over de zoon des mensen sprak in de derde persoon en dat die pas later door christenen is geassocieerd met Jezus zelf. Maar Kruger noemt alleen de teksten waarin Jezus zichzelf identificeert als de zoon des mensen en negeert de teksten die Ehrman juist noemt waarin de zoon des mensen als los van Jezus word voorgesteld.

    En hier is het criterium van dissimilarity heel nuttig. Als we twee ideeën tegenkomen (Jezus is wel en niet de zoon des mensen) en de ene komt overeen met wat vroeg christenen dachten en de andere niet, hoe zouden die christenen de orale en geschreven verhalen dan hebben veranderd bij het doorgeven? Juist, je verwacht dan een verschuiving richting hun ideeën van dat moment. En daarmee is het standpunt dat Jezus zichzelf niet zag als de apocalyptische zoon des mensen historisch plausibeler dan de visie van Kruger die blijkbaar iedere bijbeltekst plausibel vindt.

    En dan nog dit punt:

    But, there is another problematic aspect to Ehrman’s methodology. Slipped into the discussion (rather subtly) is the expectation that if Jesus really thought he was God he would go around talking about it all the time. Indeed, this is the very point of Ehrman’s argument when comparing John and the Synoptics: “If Jesus really went around calling himself God [in John], wouldn’t the other Gospels at least mention the fact?”

    Dit is incorrect. Ehrman gelooft dat Jezus zichzelf zag als de messias, maar tegelijkertijd dat Jezus dit niet overal vertelde, maar geheim hield en alleen aan een kleine groep vertrouwelingen heeft verteld. De veronderstelling van Ehrman is dus niet dat Jezus zijn goddelijkheid overal rondbazuinde, maar wel dat hij dat in ieder geval aan zijn naaste volgelingen heeft verteld. Als hij het in tegenstelling geheim heeft gehouden voor iedereen, dan is het ook niet relevant dat Jezus zichzelf als goddelijk beschouwde. Dus ja… de redenatie van Kruger is een beetje having your cake and eating it too. Aan de ene kant vond Jezus zichzelf goddelijke en daarom zijn volgelingen dus ook. Anderzijds hoeft dit kleine detail niet relevant te zijn voor een biografie van Jezus en is het een argument uit stilte om dat wel te veronderstellen…

    Ook flauw is het voorbeeld van Jezus die zonden vergeeft, aangezien Ehrman dat voorbeeld specifiek noemt. Ehrman wijst daarbij op de formulering, Jezus zegt niet: “ik vergeef je zonden”, maar “je zonden zijn vergeven”. Deze passieve redenering laat open door wie ze zijn vergeven en stellen Jezus niet gelijk aan god de vader.

  2. Laatste punt van Kruger hoort eigenlijk bij deel 3 van de recensie, maar goed, even in het kort…

    Hij bekritiseert de stelling van Ehrman dat er nogal verschillende christologieën zijn terug te vinden in het nieuwe testament. Hij bekritiseert vooral het gebruik van argumenten vanuit stilte. Markus noemt geen maagdelijke geboorte, dus zal hij daar wel niet van hebben geweten, anders had hij het wel genoemd. Het hypothetische tegenvoorbeeld van Kruger is Paulus en het avondmaal, dat noemt hij alleen in 1 Korinthe. Als we die brief niet hadden gehad, hadden we dan geconcludeerd dat Paulus niets wist van het avondmaal?

    Toch gaat de parallel mijns inziens niet op. Paulus geeft nergens een compleet overzicht van het leven van Jezus. Markus deed dat wel. Daarom zijn zaken die bij Markus ontbreken opvallender dan zaken die bij Paulus ontbreken. Uiteraard is een argument vanuit stilte nooit zo sterk als een expliciet statement erover. Maar als je een bepaald gegeven in een context wel zou verwachten, dan kan een argument vanuit stilte best enige kracht bezitten. Bij Markus wordt de stilte over de geboorte van Jezus versterkt door de functie van het verhaal van Jezus’ doop door Johannes. Dat functioneert als een klassiek roepingsverhaal van een profeet zoals we dat kennen uit het oude testament. Jezus wordt dus geassocieerd met de profeten, die ook maar gewone mensen waren. De hele context van Markus hoeft daarmee niet per sé strijdig te zijn met een mogelijke maagdelijke geboorte, maar de mogelijke functie van een maagdelijke geboorte is niet nodig. In Mattheüs verandert de stem uit de hemel dan ook en is hij niet meer gericht op Jezus zelf, maar op de omstanders. God hoeft Jezus immers niet meer te roepen, maar god kan wel aan de omstanders iets duidelijk proberen te maken.

    Hoe dan ook, het punt van Kruger is dit:
    hen Ehrman examines the Christological view of any given author, how does he know it actually contradicts another Christological view rather than just being a limited perspective on the whole?
    Het antwoord is heel simpel: door iedere tekst / auteur los te lezen en kijken wat die probeert over te brengen. In tegenstelling lijkt Kruger een harmonisatie te veronderstellen en daarmee een tekst niet op eigen merites te beoordelen en interpreteren, maar alleen maar als onderdeel van het geheel van de canon. Beiden zijn methodologische keuzes, maar persoonlijk ga ik dan liever met Ehrman mee.

    En Kruger sluit vervolgens af met een onvervalste ad hominem:

    It would have been much more refreshing if Ehrman could have simply argued that, yes, the earliest Christians believed, from a very early time, Jesus was the God of Israel (who, by definition, is pre-existent), and they believed this because Jesus presented himself as the God of Israel, but the earliest Christians (and Jesus) were simply wrong. But, instead, Ehrman has taken a different path. Rather than arguing they were simply wrong, he has tried to argue that neither Jesus nor the early Christians really believed this in the first place (at least at the beginning). Of course, historically speaking, the latter argument is much more difficult to sustain than the former. But, at the same time it is also more attractive. It is easier to reject the claims of institutional Christianity than it is to reject the claims of Jesus himself.

    Ofwel, Ehrman moet oneerlijke geschiedenis schrijven, omdat hij gewoon niet wil zeggen dat Jezus het fout had. Iets met een balk en een splinter…

  3. @Bram: We zijn het hier op een aantal punten oneens, maar daar kom ik later wel op. 😉

    In de beschrijvingen die we hebben van de praktijk van het kruisigen komt regelmatig terug dat de Romeinen de lichamen aan de kruizen lieten hangen zodat de vogels ervan konden eten. Juist het ontbreken van een begrafenis was onderdeel van de straf. Er is geen enkele aanwijzing dat Jezus hierop een uitzondering vormde.

    Dit kun je volgens mij alleen zo schrijven als je “en begraven” in 1Kor. 15 als niet-historisch beschouwt. Aangezien die teksten alles weg hebben van overgeleverde traditie, gaat hier de afstand in de tijd nauwelijks meer op. Als Paulus dit van de christenen in Damascus overgeleverd had gekregen, plaatst dat die traditie binnen 5 jaar na Jezus’ dood. Er is dus denk ik wel degelijk een aanwijzing dat Jezus hier een uitzondering op vormde. 😉

  4. @Wilfred
    Je bent weer heel scherp. Vooral op mijn samenvatting in ieder geval 😉 Ehrman noemt dat gegeven zelf ook. Al is zijn antwoord niet geheel bevredigend. Hij wijst eigenlijk op drie zaken:
    -uiteindelijk werden gekruisigden in een gemeenschappelijk, anoniem graf gelegd. Niet echt een graf dat leeg wordt, maar wel een begrafenis.
    -de oude traditie uit handelingen 13:29 die stelt dat de Joodse leiders Jezus begraven hebben.
    -de laatste is wel dubieus: volgens Markus waren alle volgelingen gevlucht en konden ze dus niet weten wat er met het lichaam van Jezus is gebeurd. Vanuit het geloof in de opstanding kwam het geloof in een leeg graf dat vervolgens een begrafenis nodig maakte. “Possibly this is the tradition that lies behind 1 Corinthians 15:4 as well: “and he was buried”.

    Dat veronderstelt dat 1 cor. 15 wel degelijk een leeg graf veronderstelt. Persoonlijk betwijfel ik dat.

  5. @Bram:

    Vooral op mijn samenvatting in ieder geval 😉

    Ik heb het kritisch zijn op Kruger aan jou overgelaten. 😉

    Grappig, ik heb die tekst in Handelingen 13 nooit zo gelezen. Maar dat lijkt idd wel de betekenis te zijn. Mogelijk dat je dat kunt verbinden met de gedachte in Joh. 19: 31. Al vraag ik me af hoe genegen de joodse leiders zouden zijn om Jezus te begraven.

    Maar dacht Jezus dat hij zelf god of goddelijk was? Ook hier is er een consensus, namelijk dat dat niet zo was. De korte verklaring is dat Jezus alleen in het late evangelie van Johannes god wordt genoemd en zichzelf ook god noemt. In al onze eerdere bronnen is dat niet het geval. Het lijkt erg implausibel dat die eerdere bronnen (zoals Marcus, Mattheüs en Lukas) dat vergeten zijn op te schrijven.

    De langere verklaring is dat Jezus zichzelf waarschijnlijk heeft gezien als de christus (Grieks) / messias (Hebreeuws) / gezalfde (Nederlands). Na zijn dood is dat min of meer zijn achternaam geworden. Maar voor Jezus was er niemand die dacht dat sterven en opstaan uit de dood hoorde bij de taakomschrijving van de gezalfde, het is dus hoogst onwaarschijnlijk dat zijn dood en opstanding hebben geleid tot een associatie met de gezalfde. Waarschijnlijk heeft hij dus al bij zijn leven zichzelf gezalfde genoemd.

    Er zijn denk ik ook in de andere evangelien wel aanwijzingen dat Jezus door de schrijvers ergens tussen God en mensen werd gesitueerd. Of je dat goddelijk zou willen noemen, is afhankelijk van je definitie. Denk b.v. aan de naam in Mattheus (Immanuel). Ik denk dat er ook wel reden is om te denken dat Jezus zich zag als iemand door visionaire toegang tot de raad van God (net als oude profeten) en door zijn speciale status daarin als degene die als messias/knecht van Jahweh/zoon des mensen een rol moest vervullen die hem nauw met God verbond. Ik weet niet of de discussie over de vraag of Jezus zich al dan niet als goddelijk heeft beschouwd veel toevoegt. Vanuit ons perspectief op het goddelijke en dat van verschillende joodse stromingen waarschijnlijk niet. Maar door die mix van oude voorstellingen van vergoddelijking (als je dat zo mag noemen) en nieuwe concepten (knecht van Jahweh, zoon des mensen) is het lastig te bepalen of men die grenzen zo sterk zou trekken en of die dan nog wel erg behulpzaam zijn.

    Ik denk dat je op moet passen met de claim dat voor Jezus niemand die link heeft gelegd tussen messias en knecht van Jahweh. Er is denk ik in de delen van Jesaja zelf al wel reden om te denken dat die knecht vereenzelvigd kan worden met de koning. We weten eigenlijk erg weinig over messiaanse verwachtingen in die tijd. Qumran verschaft daarin ook geen eenduidig beeld. Duidelijk is wel dat verwacht werd dat de messias verzoening zou brengen. Koppel dat aan een zienswijze waarin de hogepriester (vanouds de priester-koning) Jahweh vertegenwoordigt die op de grote verzoendag een bok offert die ook voor hemzelf staat en dat bloed in het heilige der heiligen brengt om verzoening te bewerken en je hebt een schema waarin die zaken goed samengaan. Dat we geen schriftelijke joodse traditie hebben waarin dit precies zo gekoppeld wordt, betekent niet dat niemand die koppeling zou kunnen leggen.

    Ik weet niet wat Jezus wel of niet dacht over zijn eigen rol en verhouding tot God. Maar als Jezus iets soortgelijks als ik hierboven schreef over zichzelf dacht, kan dat wel verklaren waarom al vrij snel concepten van de grote verzoendag aan zijn dood gekoppeld werden en waarom Psalm 110 zo’n belangrijke rol speelde in het vroege christendom.

    Ook flauw is het voorbeeld van Jezus die zonden vergeeft, aangezien Ehrman dat voorbeeld specifiek noemt. Ehrman wijst daarbij op de formulering, Jezus zegt niet: “ik vergeef je zonden”, maar “je zonden zijn vergeven”. Deze passieve redenering laat open door wie ze zijn vergeven en stellen Jezus niet gelijk aan god de vader.

    Nou, zo flauw is dat misschien niet. Zelfs al zou Jezus niet bedoelen dat hij zelf degene is die zonden vergeeft, dan nog passeert hij met die uitspraak wel het instituut van de tempel en het priesterschap. Hoe dan ook is het een serieuze claim op gezag en nauwe toegang tot (de wil van) God.

    Inderdaad zijn er teksten waarin Jezus zichzelf identificeert met die figuur. Maar tegelijkertijd zijn er vooral in ons oudste en meest betrouwbare evangelie uitspraken van Jezus waarin Jezus over die zoon des mensen spreekt in de derde persoon, alsof het iemand anders is. Mattheüs corrigeert dit soms als hij die verhalen van Markus overschrijft. Daaruit geredeneerd is het mijns inziens vrij plausibel om te veronderstellen dat Jezus zelf over de zoon des mensen sprak in de derde persoon en dat die pas later door christenen is geassocieerd met Jezus zelf. Maar Kruger noemt alleen de teksten waarin Jezus zichzelf identificeert als de zoon des mensen en negeert de teksten die Ehrman juist noemt waarin de zoon des mensen als los van Jezus word voorgesteld.

    Ik heb dat eerlijk gezegd altijd een behoorlijk kwestieuze redenering gevonden. Ga de teksten in Markus maar na, dan zul je zien dat er ook daarin al teksten zijn waarin je niet onder de gedachte uit kunt komen dat Jezus zichzelf als de zoon des mensen beschouwt. Het vreemde vind ik ook dat mensen die die derde persoonsvorm erg belangrijk vinden bij mijn weten niet uitleggen hoe die gedachte van Jezus en zijn zelfbeeld zich nou precies verhouden tot een toekomstige zoon des mensen (niet zijnde Jezus zelf). Er is natuurlijk ook een andere verklaring voorhanden, namelijk dat ‘zoon des mensen’ net als ‘gezalfde’ of ‘heilige van God’ een titel is die het je toestaat om enigszins versluierd over jezelf en je eigen aanspraak te spreken. Dat zou ook prima passen bij Jezus’ spreken in gelijkenissen.

    Het gevaar is ook dat je op die manier teksten selecteert die beter passen bij je vooraanname over de ontwikkeling van de traditie. Vreemd genoeg wordt echter al bijna direct in het vroege christendom de titel ‘zoon des mensen’ niet meer door christenen gebruikt. Waarom zou het dan vreemd zijn voor Mattheus als hij die soms wat voor zijn lezers verduidelijkt? Ik zou daar niet het idee aan willen koppelen dat pas laat in de eerste eeuw gelovigen Jezus als zoon des mensen zijn gaan beschouwen.

  6. Met verbazing las de volgende zinnen in het bovenstaande betoog:

    ‘In de beschrijvingen die we hebben van de praktijk van het kruisigen komt regelmatig terug dat de Romeinen de lichamen aan de kruizen lieten hangen zodat de vogels ervan konden eten. Juist het ontbreken van een begrafenis was onderdeel van de straf. Er is geen enkele aanwijzing dat Jezus hierop een uitzondering vormde.’

    Dat de Romeinen lichamen aan kruisen lieten hangen, is zonder twijfel juist, omdat de Romeinen door kruisiging (ook) een afschrikwekkend voorbeeld wilden stellen. Echter, indien iemand die beweert dat er geen enkele aanwijzing is dat Jezus hierop een uitzondering vormde, die begrijpt de hele Joodse kontekst van het lijden sterven van Jezus niet of wil die kontekst niet begrijpen. Denk alleen maar aan het gebod uit Deuteronomium 21:

    ‘Als iemand een misdrijf heeft gepleegd waarop de doodstraf staat, en u hangt hem na voltrekking van het vonnis op aan een paal, dan moet u zijn lijk voor het einde van de dag begraven en het daar niet ’s nachts nog laten hangen; anders maakt u het land dat de HEER, uw God, u als grondgebied geeft onrein. Want op een gehangene rust Gods vloek.’

    Dat Jezus zou zijn blijven hangen op een hoogst belangrijke Joodse feestdag, is eenvoudig weg ondenkbaar.

  7. @Henry Coyette
    Echter, indien iemand die beweert dat er geen enkele aanwijzing is dat Jezus hierop een uitzondering vormde, die begrijpt de hele Joodse kontekst van het lijden sterven van Jezus niet of wil die kontekst niet begrijpen. Denk alleen maar aan het gebod uit Deuteronomium 21
    Ehrman noemt dit argument ook zelf op pagina 156 en verder. Er zijn een aantal relevante zaken op te merken:
    -niet de Joden, maar de Romeinen hebben Jezus gekruisigd en die hoefden zich niet te houden aan Joodse voorschriften en konden een lichaam lekker laten hangen;
    -ook los van kruisigen werden misdadigers in gezamenlijke graven gegooid, een nette begrafenis zat er sowieso niet in voor een veroordeelde crimineel;
    -gezien de reputatie van Pilatus is het bijna uitgesloten dat hij zich ook maar iets aantrok van Joodse gevoeligheden.

    Dus de verwijzing naar Deuteronomium heeft geen relevantie voor de casus van Jezus.

  8. @wilfred

    Er zijn denk ik ook in de andere evangelien wel aanwijzingen dat Jezus door de schrijvers ergens tussen God en mensen werd gesitueerd.

    Ja, door de evangelisten wel, maar volgens velen Jezus zelf niet.

    Nou, zo flauw is dat misschien niet. Zelfs al zou Jezus niet bedoelen dat hij zelf degene is die zonden vergeeft, dan nog passeert hij met die uitspraak wel het instituut van de tempel en het priesterschap.

    Goed, het punt zelf is niet flauw, maar om niet de reactie van Ehrman in de recensie weer te geven is wel wat misleidend.

    Vreemd genoeg wordt echter al bijna direct in het vroege christendom de titel ‘zoon des mensen’ niet meer door christenen gebruikt.

    Dat is inderdaad een interessante vraag. Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik zelf ook de verschillende opinies over de ‘zoon des mensen’ lastig vind. Dit is ook zo’n punt waar er weinig tot geen consensus is onder de wetenschappers. Dus laat ik me dan maar beperken tot het weergeven van de visie van Ehrman 😉 Hoe dan ook zijn die passages in derde persoon wel opvallend.

  9. @ bramvandijk:
    Je snapt de gespannen verhouding tussen Joden en Romeinen niet. Het was voor de Romeinen houen & keren om vrede met de Joden te houden. Pontius Pilatus werkte gedurende 10 jaar nauw samen met Kajafas. Hun verhouding was ‘hand in glove’. Mede daardoor kon Pontius Pilatus ook zo (ongebruikelijk) lang procurator in Palestina blijven. Pilatus had er alle belang bij dat de situatie in Palestina rustig bleef. Bovendien was de positie van Pilatus in Rome ten tijde van het proces tegen Jezus verzwakt. Dat wordt door de Joden ook als argument ingebracht in het proces tegen Jezus, door tegen Pilatus te zeggen: ‘Als u die man vrijlaat, bent u geen vriend van de keizer’. Het is volstrekt ondenkbaar dat de dode Jezus tijdens het grootste feest van de Joden aan een kruis vlak buiten Jeruzalem langs een doorgaande weg zou zijn blijven hangen. Bart Ehrman zit er echt helemaal naast.

  10. @Henry Coyette
    ik ben benieuwd waar jij je op baseert. Laat ik even de onderliggende argumentatie van Ehrman op dit punt weergeven:
    -In latere christelijke literatuur is Pilatus een volgeling van Jezus, die ontwikkeling zien we ook al terug binnen de evangeliën die we hebben. De onderliggende reden lijkt te zijn groeiende anti-joodse gevoelens na de breuk tussen christenen en Joden en een belang om in het Romeinse rijk de Romeinen niet al te negatief af te schilderen. De evangelieverhalen over Pilatus hoeven daarmee niet een betrouwbaar beeld te geven van Pilatus.
    -In Lukas 13:1 wordt in een bijzinnetje verteld dat Pilatus bloed van Galileeërs vermengde met hun offers. Daaruit blijkt alleen al dat Pilatus zich niet netjes hield aan de Joodse wetten om de lieve vrede te bewaren.
    -Josephus vertelt twee episodes over Pilatus. De eerste is dat toen hij aankwam hij meteen overal vlaggen met een afbeelding van keizer in Jeruzalem liet plaatsen. Hij verordende vervolgens om de protesterende Joden allemaal te vermoorden. Doordat de protesteerders echter niet vluchtten, liet Pilatus de vlaggen alsnog verwijderen. Tweede is dat Pilatus schatten uit de tempel heeft gebruikt om de bouw van een aquaduct naar Jeruzalem te financieren. Hij liet vervolgens soldaten in burger tussen de protesterende menigte plaatsnemen die velen hebben gedood.
    -Volgens tijdgenoot Philo werd Pilatus’ regeerperiode gekenmerkt door “zijn geweld, zijn diefstal, zijn aanvallen, zijn misbruik, zijn vele executies van gevangenen zonder rechtszaak en zijn eindeloze gewelddadigheid.”

    Ik vind dit persoonlijk vrij overtuigend.

  11. Dat soort feiten vind ik in het geheel niet overtuigend. Dat Pilatus allerlei dingen heeft gedaan die in eeen Joodse kontekst onverstandig zijn, dat is wel duidelijk. Uiteindelijk heeft dat in het jaar 36 ook tot zijn vervanging geleid. Als je wilt zeggen dat iemand zoals Pilatus over een periode van 10 jaar altijd dezelfde is gebleven, dan lijkt me dat een bizar uitgangspunt.
    Maar het punt waar het om ging was, of Jezus op 15 Nisan van het jaar 33 nog steeds aan het kruis hing. Dat beweert Bart Ehrman tenminste. Blijkbaar denkt hij dat Romeinen altijd en overal dezelfde gedragslijn volgden. Waar baseert die man dat eigenlijk op? Maar goed, vrijzinnigen stellen al sinds de 18e eeuw de betrouwbaarheid van de Bijbel ter discussie en daar zijn ze al talloze keren mee op hun bek gegaan. Wat vrijzinnigen tot zo’n betreurenswaardige bevolkingsgroep maakt, is dat ze er niets van leren. Wat dat betreft lijken ze op Sisyfus: ze willen maar niet erkennen dat de Bijbelse boodschap een stuk betrouwbaarder is dan zij voor waar willen houden. Bart Ehrman biedt ook een betreurenswaardig illustratie van een vrijzinnige houding waaruit dito geneuzel voortkomt.

    Dus ja, als jij het betoog van Ehrman vrij overtuigend vindt, dan wordt het misschien tijd voor een echt kritische bespreking.

  12. @Henry Coyette
    Tja, overtuigen is altijd een lastig en onvoorspelbaar gebeuren. Ik ben inmiddels al vaak tegengekomen dat bepaalde argumentatie die mij volstrekt overtuigt op anderen geen enkele indruk maakt. Andersom ook overigens. Uiteindelijk blijft het blijkbaar subjectief en afhankelijk van je overige overtuigingen. Als voor jou de tekst van de bijbel boven elke twijfel verheven is, dan is het niet verwonderlijk dat we op andere conclusies uitkomen. Wel jammer dat je daar wat agressief op reageert.

Reacties zijn gesloten.