toledot yeshu

De sage van Jezus (2)

Nadat koning Jannaeus overleden was, kwam zijn vrouw Helene aan de macht in heel Israël. In de tempel was de hoeksteen verstopt, met daarop de inscriptie van Gods onnoembare naam. Wie het geheim van de naam en het gebruik van de naam kende, kon daarmee doen wat hij wilde. Daarom troffen de wijzen voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat iemand deze kennis zou ontvangen. Ze bonden bronzen leeuwen aan twee ijzeren pilaren bij de poort van de offerplaats. Als iemand de naam zou leren, zouden de leeuwen brullen en zou hij direct de naam vergeten.

Jezus kwam en ontdekte de letters van de naam. Hij schreef de letters op een stukje perkament en schoof dat in een open snee in zijn dijbeen. De huid schoof hij er weer overheen. Bij vertrek brulden de leeuwen en hij vergat de naam. Maar thuis sneed hij de snee opnieuw open en trok het briefje eruit. Toen herinnerde hij de letters en ging ze gebruiken.

Om zich heen verzamelde hij driehonderdtien jonge mannen uit Israël, iedereen die kwaad sprak van zijn geboorte, beschuldigde Jezus ervan dat zij hem slechts volgden omdat zij grootheid en macht voor zichzelf wilden. Jezus sprak: “Ik ben de messias, over mij heeft de profeet Jesaja gesproken, zeggende: Zie, een maagd zal zwanger worden en een zoon ontvangen en zij zal hem Immanuel noemen. Hij citeerde ook andere messiaanste teksten, waarbij hij benadrukte dat zijn voorvader David over hem profeteerde: De Heer zei tot mij, jij bent mijn zoon, heden heb ik je verwekt.”

Oproerkraaiers onder hen antwoorden dat als Jezus dan de messias was, dat hij dan een overtuigend teken moest geven. Zij brachten een lamme man, één die nog nooit in zijn leven had kunnen lopen. Jezus sprak de letters van de onnoembare naam over hem uit en de melaatse was genezen. Toen aanbaden zij hem als de messias, zoon van de allerhoogste.

Lees hier het eerste deel van dit verhaal.

Advertenties

10 thoughts on “De sage van Jezus (2)”

  1. @Ettje
    Dat heb ik me ook af zitten vragen en ik heb nog getwijfeld of ik één van de twee zou kiezen. Van dit verhaal gaan verschillende manuscripten rond en het kan heel goed in één van de manuscripten misgegaan zijn.

  2. Belachelijk saga. Jezus zou nooit in het openbaar van zichzelf gezegd hebben: ik ben de messias. Hij verbiedt het zijn discipelen dat zelfs expliciet in Matteüs 16. Dus ja, die driehonderdtien Joden, waar gaat dat eigenlijk over?

  3. Tuurlijk, belachelijk. Wie haalt het in zijn hoofd iets op te schrijven wat strijdig is met de 4 als canoniek bestempelde evangelien? 🙂

  4. Kun je nagaan hoe belachelijk het is als een paar van die vier evangelien het onderling oneens zijn! 😉

  5. @Henry Coyette

    Belachelijk saga. Jezus zou nooit in het openbaar van zichzelf gezegd hebben: ik ben de messias.

    Je verwijst naar Mattheüs, maar het messiaans geheim is vooral een motief in het evangelie van Marcus. De oudste verklaring ervoor is dat Marcus dit gebruikt om te verklaren waarom Jezus tijdens zijn leven zich nooit als messias/christus had geprofileerd en hij dat na zijn dood opeens wel was. Dat wil zeggen, na zijn dood vonden de christenen (hun naam zegt het al) dat Jezus de christus was. Volgens deze theorie had Jezus zelf dat bij zijn leven nooit beweerd. Dat was een probleem voor de christenen, vandaar deze verhalen: Jezus vond zichzelf tijdens zijn leven wel degelijk de christus, alleen wisten de meeste mensen dat niet omdat Jezus dat geheim wilde houden.

    Best een plausibel verhaal. Maar er zit wel een gat in: als Jezus zich inderdaad bij leven nooit als christus had geprofileerd, hoe zouden zijn volgelingen dan na zijn dood op het idee zijn gekomen dat hij dat wel was? In de gangbare ideeën was de messias een koning die Israël weer een onafhankelijke natie zou maken. Doodgaan en weer opstaan behoorde niet tot het pakket.

    Daarom lijkt het toch plausibeler dat de historische Jezus zichzelf wel degelijk als de christus beschouwde. Dit wordt verder ondersteund door het bordje koning der Joden dat naar verluid door de Romeinen op het kruis is gespijkerd. En ook door de enigszins curieuze tekst uit Mattheüs 19:28:
    En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.

  6. Ik vermoed dat dit een vroege Hermetische papyrus is, die onlangs is ontdekt in de eeuwenoude kloosterbibliotheek van Apeldoorn

Reacties zijn gesloten.