inventiing the individual, larry siedentop

Hoe secularisatie christendoms kracht toont

Voor de middeleeuwse christelijke denkers was het vanzelfsprekend: christelijke morele intuïties zoals de gelijkheid van mensen en vrijheid van godsdienst moesten een plaats krijgen in het kerkelijk recht. Dat was niet vernieuwend, die morele intuïties kwamen al van Paulus. Maar nu secularisatie godsdienst in het westen verdringt en alle godsdiensten op hetzelfde lage niveau beoordeelt, valt plots het volle licht op deze revolutionaire waarden.

Eén van de boeken waarin dit duidelijk uitgelicht wordt, is Larry Siedentops Inventing the Indivual; The Origins of Western Liberalism, Geert Jan Spijker schreef een interessante recensie (ik heb het boek dus nog niet gelezen),dat laat zien hoe juist in de Middeleeuwen de bouwstenen van de moderniteit verzameld werden en men aan de ontwikkeling van rechtsstaat en wetenschap werkte. Weliswaar werkte men voornamelijk in een Grieks-juridisch framework, maar steeds meer vulde men dit oude framework met christelijke ideeën. Zo keerde Gregorius van Nyssa zich al in 379 openlijk tegen de slavernij, een praktijk die in de oudheid wijdverspreid was, waarbij hij zich beriep op Paulus’ woorden in Galaten 3:28 (John Ortberg, Impact Jezus, p. 53).

Ook gingen in de vroege kerk rijke burgers op de knieën voor slaven en werd de arme in de Didascalia Apostolorum hoger geacht dan de rijke (ibidem). De christenen zorgden niet alleen voor hun eigen zieken, maar ook voor die van andere geloven (ibidem, p. 51). Zo is Siedentops perspectief niet nieuw, steeds meer worden de Middeleeuwen gezien als een tijd van grote ontwikkeling, waarin de basis gelegd wordt voor onze huidige moderne maatschappij, met de voorlopers van moderne wetenschap, zoals goed zichtbaar in het geweldige God’s Philosophers van James Hannam, moderne rechtsstatelijkheid en moderne ziekenzorg. Het beeld van duistere Middeleeuwen is al lang achterhaald.

Op het juridische perspectief richt ook Bart-Jan Spruyt zich in zijn nieuwe boek Over religie en vrijheid, dat verschillende oude teksten bijeen brengt en zo toont hoe met name het protestantisme onmisbaar bleek voor het huidige liberale denken in Nederland. Hij benadrukt hoe het denken in subjectieve, natuurlijke rechten van het individu al in de twaalfde eeuw teruggevonden wordt en het canonieke (kerkelijke) recht van Gratianus (ongeveer 1140) begint met de verplichting om anderen zo te behandelen als je zelf behandeld wil worden (p. 10). De liberale ideeën, zoals J. S. Mill die in Over vrijheid weergeeft, zijn in historisch perspectief niets radicaler te noemen. Lees vooral Spruyts inleiding, die het verband tussen geloof, recht en vrijheid op ongekend heldere wijze inzichtelijk maakt.

Voor wie deze boeken leest, is het geen verrassing dat belangrijke vooruitgang juist in het christelijke westen ontstond (voor het christelijke oosten was onder andere de verovering door de Turken een belangrijk obstakel). Christelijke waarden borgen individualiteit en vrijheid, juist door het in te bedden in een gemeenschappelijke traditie. Wie in dit perspectief naar de huidige samenleving kijkt, ziet hoe zonder traditie vrijheid en individualiteit kunnen verworden tot het recht op kwetsen, terwijl het binnen een traditie verantwoordelijke burgers oplevert. En zonder vrijheid en individualiteit, zien we zowel in andere samenlevingen als in de westerse samenleving in het verleden, is vooruitgang veel moeilijker te bewerkstelligen.

En altijd, zo ook in de christelijke liberale traditie, kost vooruitgang tijd. Veel tijd. Maar verandering komt nooit uit een vacuüm.

Advertenties

20 thoughts on “Hoe secularisatie christendoms kracht toont”

  1. Christelijke waarden borgen individualiteit en vrijheid, juist door het in te bedden in een gemeenschappelijke traditie. Wie in dit perspectief naar de huidige samenleving kijkt, ziet hoe zonder traditie vrijheid en individualiteit kunnen verworden tot het recht op kwetsen, terwijl het binnen een traditie verantwoordelijke burgers oplevert.

    Onzin.
    De traditie vervult in jouw verhaal de plaats van het geweten en de werking van de Heilige Geest.

  2. @Rob
    Het geweten heeft training nodig en die training is vrijwel hetzelfde als traditie: dat wat anderen op jou overdragen. Traditie komt dus niet in de plaats van het geweten, traditie is voorwaarde voor geweten en bedt geweten dus in. Wat betreft waarden als invididualiteit en vrijheid: Misschien zijn die ingefluisterd door de Heilige Geest, dat kunnen we nooit uitsluiten. Wat we weten is dat belangrijke denkers binnen de christelijke traditie zoals Paulus en Augustinus zich hierover gebogen hebben en erover geschreven hebben, soms in bedekte termen, soms explicieter. En het is mede aan hen te danken dat wij die waarden nu als vanzelfsprekend beschouwen. Dus ook hier komt traditie niet in plaats van de Heilige Geest, eerder is traditie een zichtbare uiting én ontwikkeling van de werking van de Geest.

  3. @DH: Die vrijheid van godsdienst in de Middeleeuwen, daar ben ik wel benieuwd naar. Heb je daar ook ondersteuning voor? En betekenen die termen toen en nu wel (ongeveer) hetzelfde?

  4. @Wilfred

    Die vrijheid van godsdienst in de Middeleeuwen, daar ben ik wel benieuwd naar. Heb je daar ook ondersteuning voor?

    Ja, James Hannam gaat er bijvoorbeeld in God’s Philosophers uitgebreid op in, in het hoofdstuk Heresy and Reason. Zo was in het kerkelijk recht vastgelegd dat joden vrij waren om hun religie te belijden en dat hun kinderen niet gedwongen gedoopt mochten worden (p. 82, 83). Er staan meer voorbeelden in, maar daar heb ik nu even geen tijd voor.

  5. Ik vind het een leuke weergave van het boek van Larry Siedentops. Het laat zien dat een gedeelde cultuur mensen pas echt tot broeders en zusters maakt. En dat is in het westen heel sterk het geval, met dank aan de Middeleeuwen. Na de Middeleeuwen zijn we dankzij de Reformatie wat minder familie van elkaar geworden, maar dankzij de huidige secularisatie zie je de verschillende staken van christendom nader tot elkaar komen. In onze huidige cultuur zou het adagium moeten zijn je bent meer familie van elkaar dan je denkt! Heus, ongelovigen zijn niet zo ongelovig als jij denkt en de samenleving evenmin. En dat komt omdat we allemaal gedoopt zijn in die christelijke cultuur. Onze wereld is een tempel waarin christendom op alle wanden staat gegrift. Vergelijk het met oude Egyptische tempels. Vroegere Egyptische farao’s probeerden ook weleens de herinnering aan bepaalde voorgangers weg te poetsen uit hun tempels, de herinnering aan ketters, idioten, non-valeurs, de herinnering aan mensen zoals koningin Hatsjepsoet (een vrouw met baard & ballen) of farao Echnaton, die monotheistische farao, die zei dat God geen favorieten kent, dat Hij in gelijke mate van Hettieten en Egyptenaren houdt. Secularisme probeert iets soortgelijks, het uitwissen van alle christendom uit de tempels van onze tijd. Onze tempels zijn geen tempels van steen maar tempels van de geest. Ik denk dan aan mensen zoals Richard Dawkins, Herman Philpse en Maarten Boudry. In de geest zie ik hen al bezig met hun beiteltjes, om te proberen overal het woord GOD weg te hakken. Het schelle gelach van de geschiedenis is hun deel. Waar hebben wij dat toch eerder gezien? Wel, in Egypte, heel lang gelden … Maar tegenwoordig zie deze vorm van barbarij ook in de islamitische wereld, ISIS die de oude Assyrische wereld tracht te verwoesten. De ‘Verneinung’ van onze wereld door de ruïnes van het verleden op te blazen.

  6. @DH: Ik zou denken dat als je een aparte clausule in je recht opneemt waarbij je specifiek voor Joden opmerkt dat ze hun religie mogen belijden en hun kinderen niet ongedwongen gedoopt mogen worden, daarmee juist de negatie van wat wij onder vrijheid van godsdienst plegen te verstaan aantoont. Daarom ben ik erg benieuwd naar die andere voorbeelden. 😉

    Bijvoorbeeld voor mensen die natuurgodsdiensten aanhingen of Germaanse of Scandinavische goden vereerden.

  7. @Wilfred
    Als je een aparte clausule in je recht opneemt waarin je de vrijheid van godsdienst voor joden vastlegt, dan doe je dat omdat die vrijheid op dat moment bepaald niet vanzelfsprekend is. En dat was in die tijd ook niet zo. Nu is dat meer vanzelfsprekend, al geldt dat niet voor iedereen. Maar daarom ook het slot van mijn stuk:

    En altijd, zo ook in de christelijke liberale traditie, kost vooruitgang tijd. Veel tijd.

    Maar lees ook Spijkers recensie:

    De kerk kreeg meer eigen ruimte en kon zich kri­tisch opstellen naar de macht. Dat merkt bijvoorbeeld Karel de Grote als die van bis­schop Alcuin fikse kritiek te verduren krijgt bij het aanpakken van heidenen: geloof laat zich niet dwingen! (155)

    Er is niemand die zal willen beweren dat het allemaal perfect was, dat was het in de Middeleeuwen niet, dat is het nu ook niet. Waar het om gaat is dat intuïties van toen, die in de praktijk niet altijd de verdiende aandacht kregen, nu worden toegepast.

    daarmee juist de negatie van wat wij onder vrijheid van godsdienst plegen te verstaan aantoont. Daarom ben ik erg benieuwd naar die andere voorbeelden. 😉

    Nee, het heeft niets met vrijheid van godsdienst wat wij daaronder verstaan te maken en is er zeker geen negatie van. Wat wij nu onder vrijheid van godsdienst verstaan is de overheid die zich terugtrekt en zich zo min mogelijk met godsdienstige uitingen en religieus recht bemoeit, met daar vaak aan gekoppeld de scheiding tussen kerk en staat. Vrijheid van godsdienst in de moderne zin is een puur staatsrechtelijke zaak. Het voorbeeld hierboven, met Karel de Grote, laat zien dat het daarmee niet best gesteld was, en met de Reformatie werd dat alleen maar slechter, doordat Kerk en Staat in de protestantse gebieden expliciet niet gescheiden waren.

    De vrijheid van godsdienst zoals dat zich in de Middeleeuwen vormde, was geen staatsrechtelijke zaak, maar een kerkrechtelijke zaak: Ook als de kerk een zekere macht had in een bepaald gebied, mochten zij mensen niet gedwongen bekeren. Er was een zekere gewetensvrijheid en de kerkelijke tucht kon alleen over doopleden van de kerk uitgeoefend worden.

    In de praktijk was het echter zo dat Joden, die in Europa veelal als minderheid onder de plaatselijke bevolking leefden, niet altijd de ruimte kregen om hun godsdienst uit te oefenen. Dat had soms te maken met de kerk, soms met de overheid, soms met de plaatselijke bevolking. Soms met een combinatie van deze drie. Dan is het nodig dat het godsdienstvrijheid voor hen geëxpliciteerd wordt. Dat lijkt me logisch.

  8. @DH: Jouw artikel ademt de gedachte dat er een directe link bestaat tussen wat jij ‘intuities’ noemt en tegenwoordige westerse uitgangspunten, zoals de gelijkheid van mensen en vrijheid van godsdienst. Door dat in het begin niet af te bakenen, wek je de indruk dat die huidige uitgangspunten toen al aanwezig waren. Vandaar mijn vraag waar je daar nog meer voorbeelden van vindt dan voor de Joden. Je maakt terecht onderscheid tussen het wereldlijk recht en kerkelijk recht. In zekere zin liepen die terreinen soms natuurlijk wel in elkaar over; keizer Karel is daar een goed voorbeeld van.

    Maar juist als je claimt dat het christendom daar zo’n (zij het glorend) lichtend voorbeeld van is, ben ik benieuwd naar die vastleggingen in het kerkelijk recht. Wat een individuele bisschop zegt, is dan minder relevant. En tot nu toe zie ik alleen een voorbeeld voor Joden. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom voor Joden een uitzondering wordt gemaakt, maar blijft staan dat zonder algemene regel juist die uitzondering sprekend is. Waarom staat er in dat kerkelijk recht niet dat niemand, van welke godsdienstige overtuiging dan ook, gedwongen mag worden? Ik ben dus benieuwd naar de onderbouwing van deze zin:

    Ook als de kerk een zekere macht had in een bepaald gebied, mochten zij mensen niet gedwongen bekeren.

    Daarbij komt denk ik nog een ander aspect en dat is precies wat jij ook aanstipt, namelijk het feit dat kerk en staat (excuus voor het anachronisme) niet gescheiden waren. Ookal zou er vrijheid van godsdienstige overtuiging zijn, dan nog betekent dat in de praktijk erg weinig als je vervolgens geen gelijke kansen in een maatschappij hebt, bijvoorbeeld omdat je bepaalde posities niet kunt bekleden als je geen christen bent. Ik snap wel dat je dat niet per se de Kerk aan kunt rekenen, maar je kunt ook niet doen alsof de Kerk daar bewust tegen streed. Het omgekeerde lijkt me, gezien de rol die de Kerk voor zich claimt t.o.v. de wereldlijke heersers, eerder aannemelijk. Het kwam de Kerk in de regel heel goed uit dat er geen daadwerkelijke scheiding was tussen Kerk en de wereldlijke heersers.

    Ik denk in algemene zin dat je niet zo’n directe lijn kunt trekken tussen het huidige concept van vrijheid van godsdienst en aspecten van het middeleeuwse christendom. In de vorming van dat moderne concept komen een heleboel invloeden samen, waaronder in belangrijke mate ook seculiere. Het boek van Charles Taylor, De Bronnen van het zelf, maakt dat goed duidelijk. Mensen die doen alsof het christendom daar niet aan heeft bijgedragen, hebben het mis. Mensen die doen alsof het christendom er voor verantwoordelijk was, m.i. ook. 😉

    Laat onverlet dat je terecht opmerkt dat de Middeleeuwen geen duistere periode was. In de oude schoolboekjes werd dat wel zo voorgesteld. Het is goed dat daar wat verandering in komt.

  9. @Dutch Hermit
    Interessante thematiek en dito boek. Het is niet helemaal nieuw voor mij. Zelf had ik al jaren het idee dat pas met de reformatie de idealen van Paulus (uit de galatenbrief) over vrijheid en gelijkheid in Christus vertaald konden worden in een concreet politiek programma, en dat dus de reformatie en in brede zin het christendom de bakermat was voor onze democratische rechtsstaat – veel meer dan het klassieke ‘Athene’, dat maar een beperkte vorm van democratie kende, en waarin 90 % van de mannen rechteloze horigen waren en vrouwen al helemaal niets te vertellen hadden. Het waren de Levellers (een combine van protestantse dissenters) die tijdens de Engelse Burgeroorlog (grofweg 1640-1650) de eerste conceptgrondwet formuleerden (onderbouwd met een stroom van pamfletten, traktaten en petities). Die voorzag o.a in gelijkheid voor de wet, afschaffing van rangen en standen en bijbehorende privileges, een met algemeen kiesrecht gekozen parlement en zeker niet onbelangrijk: vrijheid van geweten en godsdienst. En aldus de voorlopers waren van de Founding Fathers in de VS.
    Het is interessant dat de juridische grondslag al in de Middeleeuwen werd gelegd. Ik wil dat boek wel lezen.

    zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Agreement_of_the_People

    @Wilfred

    Ik denk in algemene zin dat je niet zo’n directe lijn kunt trekken tussen het huidige concept van vrijheid van godsdienst en aspecten van het middeleeuwse christendom. In de vorming van dat moderne concept komen een heleboel invloeden samen, waaronder in belangrijke mate ook seculiere. Het boek van Charles Taylor, De Bronnen van het zelf, maakt dat goed duidelijk. Mensen die doen alsof het christendom daar niet aan heeft bijgedragen, hebben het mis. Mensen die doen alsof het christendom er voor verantwoordelijk was, m.i. ook.

    Eens, en om even terug te komen op de ‘Leveller Tracts”: de argumentatie in die pamfletten lijkt een merkwaardige mix van traditionele argumenten (een beroep op een mythisch Engeland van voor de Normandische verovering, toen het leenstelsel nog niet bestond), Magna Carta, Bijbelse argumenten en vroeg-liberale noties a la John Locke. Maar ik ben er niet zo zeker van of je die helemaal kunt scheiden. Ik denk eerder aan een soort alchemistisch mengsel 😉
    Versje uit die tijd:
    When Adam delve, and Eve span /
    Who was, then, the gentleman?

  10. @Wilfred

    @DH: Jouw artikel ademt de gedachte dat er een directe link bestaat tussen wat jij ‘intuities’ noemt en tegenwoordige westerse uitgangspunten, zoals de gelijkheid van mensen en vrijheid van godsdienst. Door dat in het begin niet af te bakenen, wek je de indruk dat die huidige uitgangspunten toen al aanwezig waren.

    Er bestaat een directe link tussen die intuïties en tegenwoordige westerse uitgangspunten. Dat ter discussie stellen is hetzelfde als beweren dat er geen directe link is tussen de windrichting en de temperatuur. Dat die intuïties niet altijd tot gedrag volgens onze huidige normen leidde of tot wetgeving volgens onze huidige normen, is een open deur. Net zoals voor de temperatuur niet alleen de windrichting relevant is, ook maar de tijd in het seizoen en de bewolking.

    Vandaar mijn vraag waar je daar nog meer voorbeelden van vindt dan voor de Joden.

    Waarom? Vooral ook omdat het stuk juist betoogt dat godsdienstvrijheid helemaal niet vanzelfsprekend was in die tijd. Je vraagt me op deze manier om tegen mijn eigen betoog in te gaan en dat vind ik raar.

    Maar juist als je claimt dat het christendom daar zo’n (zij het glorend) lichtend voorbeeld van is, ben ik benieuwd naar die vastleggingen in het kerkelijk recht. Wat een individuele bisschop zegt, is dan minder relevant.

    Het stuk betoogt dat de intuïties die nu in ons recht vastgelegd zijn, in die tijd ontwikkeld werden. Dat begint natuurlijk bij individuen en niet bij recht. Het is juist die individuele bisschop die relevant is, niet het recht. Ongeacht wat jij vindt. Mijn betoog gaat niet over kerkelijk recht, mijn betoog gaat over intuïties.

    En tot nu toe zie ik alleen een voorbeeld voor Joden. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom voor Joden een uitzondering wordt gemaakt, maar blijft staan dat zonder algemene regel juist die uitzondering sprekend is.

    Uit uitzonderingen blijkt dat iets niet vanzelfsprekend is. Voor de middeleeuwse westerlingen was vooral de verhouding tot joden relevant, heidendom kwam in geïsoleerde gebieden weliswaar voor, maar had geen relevantie.

    Waarom staat er in dat kerkelijk recht niet dat niemand, van welke godsdienstige overtuiging dan ook, gedwongen mag worden?

    Omdat dat kerkelijk recht nog in ontwikkeling was. Precies zoals ik betoog.

    Ik ben dus benieuwd naar de onderbouwing van deze zin:

    Ook als de kerk een zekere macht had in een bepaald gebied, mochten zij mensen niet gedwongen bekeren.

    Die heb ik toch onderbouwd? Of mis ik iets?

    Daarbij komt denk ik nog een ander aspect en dat is precies wat jij ook aanstipt, namelijk het feit dat kerk en staat (excuus voor het anachronisme) niet gescheiden waren.

    Jawel, dat waren ze wel. Dat is precies het punt waar het mis ging met de reformatie, dat die scheiding van kerk en staat opgeheven werd.

    Ookal zou er vrijheid van godsdienstige overtuiging zijn, dan nog betekent dat in de praktijk erg weinig als je vervolgens geen gelijke kansen in een maatschappij hebt, bijvoorbeeld omdat je bepaalde posities niet kunt bekleden als je geen christen bent. Ik snap wel dat je dat niet per se de Kerk aan kunt rekenen, maar je kunt ook niet doen alsof de Kerk daar bewust tegen streed.

    Er zijn geen gelijke kansen, in geen enkele maatschappij. Alle mensen zijn nogal fundamenteel ongelijk aan elkaar. In de middeleeuwen gold dat als je geen universitaire opleiding had, heel veel functies onbereikbaar waren. En wie volgden een universitaire studie? Christenen. En waar volgden ze zo’n studie? Bij een aan een kerk verbonden universiteit. Ja, dan zijn sommige functies inderdaad niet bereikbaar voor niet-christenen. Dat heeft niets met hun geloof te maken, maar met hun gebrek aan opleiding. Dit argument heeft minder dan geen grond.

    Het omgekeerde lijkt me, gezien de rol die de Kerk voor zich claimt t.o.v. de wereldlijke heersers, eerder aannemelijk. Het kwam de Kerk in de regel heel goed uit dat er geen daadwerkelijke scheiding was tussen Kerk en de wereldlijke heersers.

    De scheiding was er dus wel, en juist daarom kon de kerk zich verzetten tegen de daden van wereldlijke heersers. En dat kerkelijke verzet tegen wereldlijke heersers kwam niet-christenen eerder ten goede dan dat het hen in de problemen bracht.

    Ik denk in algemene zin dat je niet zo’n directe lijn kunt trekken tussen het huidige concept van vrijheid van godsdienst en aspecten van het middeleeuwse christendom. In de vorming van dat moderne concept komen een heleboel invloeden samen, waaronder in belangrijke mate ook seculiere. Het boek van Charles Taylor, De Bronnen van het zelf, maakt dat goed duidelijk. Mensen die doen alsof het christendom daar niet aan heeft bijgedragen, hebben het mis. Mensen die doen alsof het christendom er voor verantwoordelijk was, m.i. ook. 😉

    Je kan die directe lijn mijns inziens niet niet trekken. Dan doe je alsof godsdienstvrijheid en dergelijke uit een vacuüm kwamen en dat is echt niet vol te houden. Dat is niet hetzelfde als beweren dat het christendom verantwoordelijk is voor alle godsdienstvrijheid en er is dan ook niemand die dat wil beweren.

    Laat onverlet dat je terecht opmerkt dat de Middeleeuwen geen duistere periode was. In de oude schoolboekjes werd dat wel zo voorgesteld. Het is goed dat daar wat verandering in komt.

    Zolang we het daar over eens zijn, zijn we in ieder geval een heel eind 🙂

  11. @Flipsonius

    Zelf had ik al jaren het idee dat pas met de reformatie de idealen van Paulus (uit de galatenbrief) over vrijheid en gelijkheid in Christus vertaald konden worden in een concreet politiek programma, en dat dus de reformatie en in brede zin het christendom de bakermat was voor onze democratische rechtsstaat – veel meer dan het klassieke ‘Athene’, dat maar een beperkte vorm van democratie kende, en waarin 90 % van de mannen rechteloze horigen waren en vrouwen al helemaal niets te vertellen hadden.

    De rol van de Reformatie lijkt me nogal diffuus: De Reformatie leidde tot staatskerken (en daar ben ik op tegen), maar bood tegelijkertijd ruimte voor lekentheologie. Je hoefde niet meer vooraf bepaalde opvattingen aan te hangen om in wetenschappelijk opzicht mee te kunnen doen. Het gaf zo enige aanzet tot gewetensvrijheid. Ik denk dat de Reformatie in sommige opzichten een stap terug was en in andere een stap voorwaarts.

    Het waren de Levellers (een combine van protestantse dissenters) die tijdens de Engelse Burgeroorlog (grofweg 1640-1650) de eerste conceptgrondwet formuleerden (onderbouwd met een stroom van pamfletten, traktaten en petities). Die voorzag o.a in gelijkheid voor de wet, afschaffing van rangen en standen en bijbehorende privileges, een met algemeen kiesrecht gekozen parlement en zeker niet onbelangrijk: vrijheid van geweten en godsdienst. En aldus de voorlopers waren van de Founding Fathers in de VS.

    Dichterbij heb je het Plakhaat van Verlatinghe, waarin gesteld wordt dat de monarch alleen kon regeren met instemming van de bevolking, bekend is onze eigen Descartes die naar Nederland trok vanwege de grote gewetensvrijheid, gebaseerd op protestantse idealen. En je noemt ook al de bekende Magna Carta, die stelde dat de koning niet boven de wet staat. In dat opzicht gebeurde er in die tijd wel veel ten goede, dat klopt.

  12. @DH:

    Ongeacht wat jij vindt.

    Dit argument heeft minder dan geen grond.

    Je kan die directe lijn mijns inziens niet niet trekken.

    Je bent weer lekker op dreef. 😉

    Laten we nou eens kijken wat jij schreef en hoe ik daar op reageerde, misschien krijgen we dan wat duidelijkheid.

    Jij schreef in de eerste zinnen van je artikel:

    Voor de middeleeuwse christelijke denkers was het vanzelfsprekend: christelijke morele intuïties zoals de gelijkheid van mensen en vrijheid van godsdienst moesten een plaats krijgen in het kerkelijk recht.

    In het artikel geef je daar geen directe voorbeelden van, behalve Gregorius van Nysa (die overigens in een tijd buiten de Middeleeuwen leefde) die volgens mij (en zo denken anderen daar ook over, zie b.v. onderstaande link) een absoluut minderheidsstandpunt vertolkte door te wijzen op Gal. 3: 28. Paulus zelf lijkt daar niet zo over gedacht te hebben, zoals blijkt uit 1 Kor. 7 en de brief aan Filemon.
    http://www.andrewfullercenter.org/blog/2013/06/the-first-abolitionist-gregory-of-nyssa-on-slavery/

    Ik heb je gevraagd naar die voorbeelden als het gaat om vrijheid van godsdienst. Het enige voorbeeld wat je gaf, was dat van de Joden zoals dat zou blijken uit kerkelijk recht. Daarom bevreemdt het mij dat je mij verwijt dat ik inhaak op dat recht. Je hebt gelijk dat dat recht die vrijheid van godsdienst niet weerspiegelde, maar waarom beroep je je dan op dat recht als het om de Joden gaat?

    Het stuk betoogt dat de intuïties die nu in ons recht vastgelegd zijn, in die tijd ontwikkeld werden. Dat begint natuurlijk bij individuen en niet bij recht. Het is juist die individuele bisschop die relevant is, niet het recht. Ongeacht wat jij vindt. Mijn betoog gaat niet over kerkelijk recht, mijn betoog gaat over intuïties.

    Nee, je stuk betoogde dat het voor Middeleeuwse denkers vanzelfsprekend was dat christelijke morele intuities zoals gelijkheid van mensen en vrijheid van godsdienst een plaats moesten krijgen in het kerkelijk recht. Die claim kun je alleen onderbouwen als je de volgende stappen zet:
    1. Aantonen dat vrijheid van godsdienst en gelijkheid van mensen voor Middeleeuwse denkers vanzelfsprekend vastgelegd moeten worden in kerkelijk recht.
    2. Aantonen dat morele intuities zoals gelijkheid van mensen en vrijheid van godsdienst ‘christelijk’ zijn. Om dat aan te kunnen tonen, zul je zowel te rade moeten gaan bij de gezagdhebbende christelijke geschriften als de christelijke traditie en je niet kunnen beperken tot individuen.
    3. Uitleggen wat je precies bedoelt met ‘vrijheid van godsdienst’ en ‘gelijkheid van mensen’.
    4. Uitleggen hoe denkbeelden van denkers in de Middeleeuwen zich precies verhouden tot de moderne noties zoals die nu in ons recht zijn vastgelegd.
    Niet per se in die volgorde, maar die elementen moet je denk ik wel raken.

    In je artikel en je reactie op mijn vraag waaruit blijkt dat vrijheid van godsdienst in de Middeleeuwen zo breed gedragen werd, meng je wel degelijk zelf wat je ‘intuities’ noemt met kerkelijk recht. In je alinea over Bart-Jan Spruyt in het artikel haal je het ook weer aan. Dus die scheiding is in je artikel en je reacties niet duidelijk aanwezig.

    Het lijkt mij dat je je claim aan het begin van het artikel moeilijk kunt hardmaken. Misschien gedeeltelijk, maar dan zul je ook een beperkte definitie van vrijheid van godsdienst en gelijkheid van personen moeten hanteren. Daarmee is een directe link tussen de huidige seculiere vastlegging van die rechten en al dan niet aanwezige ‘christelijke’ intuities en kerkelijk recht uit die periode in feite al niet meer mogelijk.

    Verder reageer je alsof er in de Middeleeuwen al zoiets bestond als scheiding van Kerk en Staat. Omdat het begrip ‘staat’ pas later vorm krijgt, heb ik dat een anachronisme genoemd. Jij schrijft dat die scheiding er wel was (naar ik aanneem bedoel je daarmee dat er iets was wat lijkt op wat wij later scheiding van Kerk en Staat zijn gaan noemen). Ondanks dat er soms strijd was tussen (met name) keizers en de Kerk, was er volgens mij niet zoiets als wat wij met scheiding van Kerk en Staat bedoelen. Sommige keizers lieten zich kronen door de paus en de Kerk had op veel plaatsen invloed op vorsten. Omgekeerd probeerden vorsten ook invloed uit te oefenen op de Kerk en die voor haar karretje te spannen. Als je onze termen op die tijd gaat loslaten (en zeker op zo’n lange periode), krijg je problemen. Het enige wat ik probeerde aan te geven, is dat de domeinen in elkaar overliepen en dat door die verwevenheid er niet zoiets kon bestaan als zuivere gewetensvrijheid of zuivere vrijheid van godsdienst. Je betoog dat maatschappelijke ongelijkheid samenhing met opleiding en niet met vrijheid van godsdienst, gaat denk ik mank. Het lijkt me evident gerelateerd wanneer 1 partij een monopolie heeft en andersdenkenden van onderwijs uitsluit.

    Ik ben dus benieuwd naar de onderbouwing van deze zin:

    Ook als de kerk een zekere macht had in een bepaald gebied, mochten zij mensen niet gedwongen bekeren.

    Die heb ik toch onderbouwd? Of mis ik iets?

    Nee, je hebt dat niet onderbouwd. Je hebt alleen gesteld dat uit een boek blijkt dat Joden dat niet mochten worden. Joden zijn een subgroep. In je reactie hierboven schrijf je dat heidenen niet ‘relevant’ waren, behalve in geisoleerde gebieden. Dat verbaast me wat. De Middeleeuwen waren een lange periode en zeker aan het begin waren er relatief heel veel heidenen en zeker niet alleen op geisoleerde plaatsen. Verder snap ik niet zo goed wat je precies bedoelt met dat de heidenen niet ‘relevant’ waren. Als je daadwerkelijk een intuitie hebt van godsdienstvrijheid, dan is het toch niet relevant of je heiden of jood bent? Ik begrijp dus niet zo goed hoe dat in je betoog past. En als je zou willen beweren dat die brede opvatting van vrijheid van godsdienst onder Middeleeuwse denkers ‘vanzelfsprekend’ wel aanwezig was, maar gewoon niet in het recht verankerd werd, dan ben ik wel benieuwd naar een kwantitatieve onderbouwing daarvan.

  13. @DH: He, je tweede citaat aan het begin is niet als citaat overgekomen. Nou ja, je weet wel dat dat je eigen tekst is. 🙂

  14. @Wilfred
    Excuus voor de late reactie. De onvrijwillige vervanging van mijn laptop ging vrij soepel, maar kostte helaas wel aardig veel tijd 😦

    Paulus zelf lijkt daar niet zo over gedacht te hebben, zoals blijkt uit 1 Kor. 7 en de brief aan Filemon.
    http://www.andrewfullercenter.org/blog/2013/06/the-first-abolitionist-gregory-of-nyssa-on-slavery/

    Paulus is inderdaad een heel goed voorbeeld van iemand die die intuïties die tot het verbod op slavernij hebben geleid voor het eerst geuit heeft. “In Christus is geen slaaf en geen vrije” is een directe aanklacht tegen slavenhouderij door christenen. Het is niet zo dat dat pas bij Gregorius van Nyssa begon. Overigens keert ook Gregorius zich alleen tegen het houden van slaven door christenen, zijn argumenten zijn dan ook diepreligieus van aard. In 1 Korinthe 7 gaat het ook om die kwestie: slaven moeten niet in opstand komen (want ze zijn al vrij in Christus), maar als ze vrij kunnen komen, moeten ze dat niet na laten. Die verhouding is in Filemon niet veel anders: weliswaar moet Onesimus niet de vrijheid krijgen, maar hij moet ontvangen worden als een broeder, dat wil zeggen: als een gelijke.

    Wat Gregorius betreft: Hij wijkt vooral van de andere Kerkvaders af in het afwijzen van iedere vorm van slavernij, zoals Dustin Bruce schrijft:

    Gregory of Nyssa holds a unique place among the Fathers as the singular opponent of the existence of slavery in any form.

    Ja, dat was inderdaad nieuw.

    Ik heb je gevraagd naar die voorbeelden als het gaat om vrijheid van godsdienst. Het enige voorbeeld wat je gaf, was dat van de Joden zoals dat zou blijken uit kerkelijk recht. Daarom bevreemdt het mij dat je mij verwijt dat ik inhaak op dat recht. Je hebt gelijk dat dat recht die vrijheid van godsdienst niet weerspiegelde, maar waarom beroep je je dan op dat recht als het om de Joden gaat?

    Ik beroep me op dat recht omdat het laat zien dat langzaamaan die intuïties hun vertaling vonden van ideeën naar concrete wetsartikelen. Maar ideeën gaan altijd aan wetgeving vooraf en wetgeving kan pas geïmplementeerd worden als 1. er aanleiding is voor die wetgeving en 2. er voldoende draagvlak is voor die wetgeving. Het kerkelijk recht ging in de meeste gevallen in op concrete kwesties, niet op algemene principes.

    1. Aantonen dat vrijheid van godsdienst en gelijkheid van mensen voor Middeleeuwse denkers vanzelfsprekend vastgelegd moeten worden in kerkelijk recht.
    2. Aantonen dat morele intuities zoals gelijkheid van mensen en vrijheid van godsdienst ‘christelijk’ zijn. Om dat aan te kunnen tonen, zul je zowel te rade moeten gaan bij de gezagdhebbende christelijke geschriften als de christelijke traditie en je niet kunnen beperken tot individuen.
    3. Uitleggen wat je precies bedoelt met ‘vrijheid van godsdienst’ en ‘gelijkheid van mensen’.
    4. Uitleggen hoe denkbeelden van denkers in de Middeleeuwen zich precies verhouden tot de moderne noties zoals die nu in ons recht zijn vastgelegd.

    Je wil dus dat ik een boek schrijf? Binnen de context van het artikel is het prima onderbouwd en zijn die vier stappen echt niet nodig. De notie dat vrijheid van godsdienst christelijk is, is niet zo evident, daarvoor verwijs ik juist naar die verschillende boeken, de notie dat de gelijkheid van mensen christelijk is, is natuurlijk wel evident. Over godsdienstvrijheid zegt de recensie dit: “Siedentop beschrijft nauwkeurig hoe de rechtsorde zich ontwikkelt en mensen­rechten en geestelijke vrijheid ontstaan.” Of, met Willem van Oranje (een typische middeleeuwer):

    om aldair te versoucken van wegen der nyeuwer gemeente liberteyt van religie, ende om in vryheyt van consciëntie te moegen leven

    Dat is op pagina 11 van dit document (RTF). Willem van Oranje beriep zich hiervoor op de christelijke vrijheid en die christelijke vrijheid was gebaseerd op twee principes: 1. de gelijkheid in Christus en 2. dat het oordeel aan God is, niet aan mensen.

    In je artikel en je reactie op mijn vraag waaruit blijkt dat vrijheid van godsdienst in de Middeleeuwen zo breed gedragen werd, meng je wel degelijk zelf wat je ‘intuities’ noemt met kerkelijk recht. In je alinea over Bart-Jan Spruyt in het artikel haal je het ook weer aan. Dus die scheiding is in je artikel en je reacties niet duidelijk aanwezig.

    Waar het om gaat is dat jij wil dat ik de intuïties bewijs vanuit het kerkelijk recht. Dat is natuurlijk onzin. Daar protesteer ik tegen, het gaat er juist om dat zowel kerkelijk recht als modern seculier recht gebaseerd zijn op die christelijke intuïties. En sommige daarvan kwamen wel direct terug in kerkelijk recht, andere niet. Je kan vanuit het kerkelijk recht heel goed bewijzen dat sommige intuïties er inderdaad waren (anders waren die intuïties niet vastgelegd in kerkelijk recht), maar je kan uit de afwezigheid ervan niet concluderen dat ze er niet waren of verlangen dat het bestaan van die intuïties door het kerkelijk recht bewezen worden.

    Het lijkt mij dat je je claim aan het begin van het artikel moeilijk kunt hardmaken. Misschien gedeeltelijk, maar dan zul je ook een beperkte definitie van vrijheid van godsdienst en gelijkheid van personen moeten hanteren. Daarmee is een directe link tussen de huidige seculiere vastlegging van die rechten en al dan niet aanwezige ‘christelijke’ intuities en kerkelijk recht uit die periode in feite al niet meer mogelijk.

    Stel dat we een beperkte definitie van vrijheid van godsdienst en gelijkheid van personen hanteren, waarom zou dan een directe link niet meer mogelijk zijn? Dat volgt er toch op geen enkele manier uit? Dat mag je echt een keer uit gaan leggen.

    Verder reageer je alsof er in de Middeleeuwen al zoiets bestond als scheiding van Kerk en Staat. Omdat het begrip ‘staat’ pas later vorm krijgt, heb ik dat een anachronisme genoemd. Jij schrijft dat die scheiding er wel was (naar ik aanneem bedoel je daarmee dat er iets was wat lijkt op wat wij later scheiding van Kerk en Staat zijn gaan noemen). Ondanks dat er soms strijd was tussen (met name) keizers en de Kerk, was er volgens mij niet zoiets als wat wij met scheiding van Kerk en Staat bedoelen.

    Scheiding van Kerk en Staat is dat de staat niet heerst over de kerk en de kerk niet heerst over de staat, dat de staat geen klerikalen aan kan wijzen en de kerk geen ambtenaren. Oftewel: Dat er geen staatskerk is. Dat principe werd met de Reformatie op ernstige geschonden. In de middeleeuwen was de scheiding er wel en die was er vooral omdat de kerk veel groter was dan de staten. Staten konden daarom nooit hun wil opleggen aan de kerk. Dat er toen geen staten zouden zijn, is echt aantoonbaar onjuist. Er waren soevereine heersers met duidelijk begrensd eigen grondgebied die in die gebieden effectief heersten. De keizer was daar een voorbeeld van, maar niet het enige.

    Sommige keizers lieten zich kronen door de paus en de Kerk had op veel plaatsen invloed op vorsten.

    Dit heb je verkeerd begrepen. Karel de Grote liet zich door de Paus kronen, omdat hij vond dat een keizer door iemand gekroond moet worden die boven hem staat. Toen was Karel de Grote al effectief keizer. Het was niets meer dan een rituele handeling. Dat zowel bij roomse als bij orthodoxe kerken er een zekere wederzijdse beïnvloeding was, is niet meer dan natuurlijk. Ook nu is er een zekere wederzijdse beïnvloeding tussen enerzijds kerken en anderzijds overheden. Zeker als een kerkgenootschap de facto machtiger is dan de overheid, zoals in het geval van de Rooms Katholieke Kerk, kan dat ook niet anders.

    Omgekeerd probeerden vorsten ook invloed uit te oefenen op de Kerk en die voor haar karretje te spannen.

    Nog steeds proberen overheden kerken voor hun karretje te spannen. En dat mag. Met de scheiding van Kerk en Staat heeft dat niets te maken. Alleen in laïcité is dat ondenkbaar, maar laïcité is juist een schending van de belangrijkste principes van de scheiding van Kerk en Staat, namelijk dat zowel kerk als staat een eigen verantwoordelijkheid hebben, een eigen rol in de samenleving.

    Het enige wat ik probeerde aan te geven, is dat de domeinen in elkaar overliepen en dat door die verwevenheid er niet zoiets kon bestaan als zuivere gewetensvrijheid of zuivere vrijheid van godsdienst.

    Wat is ‘zuivere’ gewetensvrijheid en ‘zuivere’ vrijheid van godsdienst? Wat het om gaat is dat onze gewetensvrijheid en vrijheid van godsdienst geen seculiere noties zijn, maar christelijke noties in geseculariseerde vorm. Binnen het middeleeuwse katholicisme was gewetensvrijheid iets wat nauw verbonden was aan wetenschappelijke discussie en daarom konden wetenschappers in vrijheid schrijven wat zij wilden, mits in het Latijn. In de volkstalen was waar beduidend minder ruimte voor.

    Je betoog dat maatschappelijke ongelijkheid samenhing met opleiding en niet met vrijheid van godsdienst, gaat denk ik mank. Het lijkt me evident gerelateerd wanneer 1 partij een monopolie heeft en andersdenkenden van onderwijs uitsluit.

    Dat is natuurlijk kul. Stel dat Friezen Friestalig onderwijs zouden geven en er geen Nederlandstalig onderwijs is, zeg je dan dat Friezen Nederlandstaligen uitsluiten vanwege hun veronderstelde monopolie? Natuurlijk niet, dat is absurd. Als mensen met andere opvattingen dan de christelijke opleiding wilden krijgen, moesten ze maar scholen oprichten. Dat is logisch.

    Nee, je hebt dat niet onderbouwd. Je hebt alleen gesteld dat uit een boek blijkt dat Joden dat niet mochten worden. Joden zijn een subgroep. In je reactie hierboven schrijf je dat heidenen niet ‘relevant’ waren, behalve in geisoleerde gebieden. Dat verbaast me wat. De Middeleeuwen waren een lange periode en zeker aan het begin waren er relatief heel veel heidenen en zeker niet alleen op geisoleerde plaatsen. Verder snap ik niet zo goed wat je precies bedoelt met dat de heidenen niet ‘relevant’ waren. Als je daadwerkelijk een intuitie hebt van godsdienstvrijheid, dan is het toch niet relevant of je heiden of jood bent? Ik begrijp dus niet zo goed hoe dat in je betoog past. En als je zou willen beweren dat die brede opvatting van vrijheid van godsdienst onder Middeleeuwse denkers ‘vanzelfsprekend’ wel aanwezig was, maar gewoon niet in het recht verankerd werd, dan ben ik wel benieuwd naar een kwantitatieve onderbouwing daarvan.

    Ik heb het wel onderbouwd, waarbij ik specifiek op de joden ben ingegaan. In een eerdere reactie zeg ik dit:

    Er was een zekere gewetensvrijheid en de kerkelijke tucht kon alleen over doopleden van de kerk uitgeoefend worden.

    Als je daar uitweiding over wil: Kijk naar de Inquisitie, die alleen over doopleden van de kerk tucht mocht uitoefenen. En de Inquisitie volgde op eerdere vormen van kerkrechtelijke tucht. De RKK claimt dat vanaf het begin de gewetensvrijheid een speerpunt is geweest:

    It is one of the major tenets of Catholic doctrine that man’s response to God in faith must be free: no one therefore is to be forced to embrace the Christian faith against his own will.

    Met hier hun bronnenlijst:

    Cf. Lactantius “Divinarum Institutionum”, Book V, 19: CSEL 19, pp. 463-464, 465: PL 6, 614 and 616 (ch. 20); St. Ambrose, “Epistola ad Valentianum Imp.”, Letter 21: PL 16, 1005; St. Augustine, “Contra Litteras Petiliani”, Book II, ch. 83: CSEL 52 p. 112: PL 43, 315; cf. C. 23, q. 5, c. 33, (ed. Friedberg, col. 939); idem, Letter 23: PL 33, 98, idem, Letter 34: PL 33, 132; idem, Letter 35: PL 33, 135; St. Gregory the Great, “Epistola ad Virgilium et Theodorum Episcopos Massiliae Galliarum, Register of Letters I, 45: MGH Ep. 1, p. 72: PL 77, 510-511 (Book I, ep. 47); idem, “Epistola ad Johannem Episcopum Constantinopolitanum”, Register of Letters, III, 52: MGH Letter 1, p. 210: PL 77, 649 (Book III, Letter 53); cf. D. 45, c. 1 (ed. Friedberg, col 160); Council of Toledo IV, c. 57: Mansi 10, 633; cf. D. 45, c. 5 (ed. Friedberg, col. 161-162); Clement III: X., V, 6, 9: ed. Friedberg, col. 774; Innocent III, “Epistola ad Arelatensem Archiepiscopum”, X., III, 42, 3: Friedberg, col. 646.

    Helaas is mijn Latijn dusdanig gebrekkig dat ik dat niet kan controleren.

    However, it is a fundamental human right, a privilege of nature, that every man should worship according to his own convictions: one man’s religion neither harms nor helps another man. It is assuredly no part of religion to compel religion -to which free-will and not force should lead us-, the sacrificial victims even being required of a willing mind.

    Het is bepaald niet uit de lucht gegrepen, zelfs al ben ik niet in staat om alle relevante bronnen tevoorschijn te toveren.

    @Derk

    @DH
    Ik zou je visie wel willen lezen over:
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Jacques_Rousseau en
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Maximilien_de_Robespierre

    (is een opmerking, beetje te druk om verder te reageren)

    Ik heb van Robespierre zelf niets gelezen. Ik weet dat hij de aanstichter was van wat we nu de Terreur noemen, een periode waarin vele Fransen gedood werden, zonder veroordeling. Daarbij stelde Robespierre dat hij de volkswil uitvoerde, waarbij hij naar ik begrijp van zichzelf beweerde dat hij zich zo bewust was van de volkswil dat hij het volk niet meer hoefde te raadplegen. Een gevaarlijk idee, waar ik op geen enkele manier in mee kan gaan. Dat idee van de volkswil heeft hij van Rousseau, die nog wel wat meer vreemde ideeën had. Het punt met ‘volkswil’ is dat het de indruk geeft dat er een soort eenduidige ‘wil’ is van het volk. Daarmee is het tegenovergesteld aan democratie. Democratie gaat juist uit van een diversiteit aan willen binnen het volk en dat het volk ermee gediend is als 1. de elite slechts een beperkte periode aan de macht is en 2. de elites steeds wisselen. Daarbij is bij democratie belangrijk dat minderheden beschermd worden (bij ‘volkswil’ zijn die minderheden juist een vervelende afwijking van de volkswil), dat er ruimte gelaten wordt voor afwijkende opvattingen en maatschappelijk debat (dat helemaal niet nodig is bij een uniforme volkswil) en dat er onpartijdig recht wordt gesproken (dat is niet in tegenspraak met volkswil).

    Volgens Rousseau was de mens in zijn natuurstaat volmaakt en stonden koning en kerk in de weg voor de natuurstaat. Daarom moesten koning en kerk koste wat het kost uitgeroeid worden, om zo de heilstaat te bereiken. Daarbij ging Rousseau uit van het principe van het ‘contrat social’, het maatschappelijk contract (dat trouwens in directe tegenspraak is met de gedachte dat de mens in zijn natuurstaat volmaakt is). Volgens het idee van het maatschappelijk contract hebben we als mensen een bepaalde moraal afgesproken en moeten we ons daarom aan die moraal houden. Elk weldenkend mens zal echter direct en naar waarheid zeggen helemaal geen afspraak gemaakt te hebben. We worden als mens geboren uit ouders die we niet hebben gekozen, komen in een gezin dat we niet hebben gekozen, krijgen een opvoeding die we niet zelf hebben gekozen, krijgen karaktereigenschappen mee die we niet zelf hebben gekozen, komen terecht in een samenleving die we niet zelf hebben gekozen, met wetten en regels die we niet zelf hebben gekozen en ga zo maar door. We krijgen een moraal opgedrongen, die kiezen we niet, die spreken we niet af. En verder zijn er geen voorwaarden aan het contract verbonden en is er geen mogelijkheid om die zogenaamde afspraak te ontbinden, en daarom is een dergelijk contract niet alleen ongeldig, maar ook immoreel. Het maatschappelijk contract is een idee dat zeer speculatief is en door geen enkele serieuze denker enige waarde toegekend krijgt.

  15. @DH: Bedankt voor je uitgebreide reactie. Ik heb hem even snel gelezen. Ik zal proberen daar de komende week nog even op te reageren. Op een aantal punten is denk ik wel duidelijk dat we van mening blijven verschillen, dat is ook niet erg. Even voor de duidelijkheid: ik vond het een interessant artikel en wilde absoluut niet de indruk wekken dat je een boekwerk zou moeten schrijven voordat je een item plaatst of daarvan een boekwerk zou moeten maken. Wellicht weerspiegelen mijn kanttekeningen veel meer de onrealistische norm die ik mezelf opleg dan de redelijkheid. 😉

  16. @Wilfred
    De link naar de RTF was onbruikbaar, die heb ik aangepast.

    @DH:

    Het maatschappelijk contract is een idee dat zeer speculatief is en door geen enkele serieuze denker enige waarde toegekend krijgt.

    Weet je het zeker?? 🙂

    http://www.iep.utm.edu/soc-cont/

    In het verleden lag dat anders, al hebben denkers toen ook al de zwakheden van de theorie blootgelegd. Dank trouwens, het feministische perspectief had ik nog gemist: we kiezen ook niet met welk geslacht we geboren worden en velen zullen ook (met enig recht) zeggen dat we niet kiezen met welk gender we geboren worden. Ook dat moet meegenomen worden in de beoordeling van de maatschappelijk contract.

  17. @DH
    Maximilien zag zijn natuurreligie op de plaats die het christendom bezat. Alleen zou er, volgens hem, onder zijn religie meer ruimte zijn om een ander geloof aan te hangen. Zoals die katholieken de joden (blijkbaar) hun ruimte gunde.

Reacties zijn gesloten.