Zwarte dauw: Genemuiden door de ogen van een buitenstaander

Zwarte dauw van Rachel Visscher (2011) lag onlangs op het tafeltje reliromans in mijn bibliotheek. De introductietekst op de achterkant was veelbelovend, dus ging het boek mee naar huis. Maar helaas, wat een tegenvaller. Hoewel Visscher volgens de achterflap nieuwsgierig was naar de geloofsbeleving van de strenge protestanten in de geboortestad van haar vader, trof ik voornamelijk vooringenomenheid aan. Nogal wat beschrijvende bijvoeglijk naamwoorden doen namelijk ongewenst voorwerk voor de onbevangen lezer, en dat begint al op de eerste pagina’s.

Zwarte dauwBijvoeglijke naamwoorden
Rachel ontmoet dan een boer met een donkere blik. Nog geen twee pagina’s later wekt ze de suggestie dat diezelfde man haar wellicht iets wil aandoen, maar dat zijn vrouw dit verhindert. En verderop in het boek: een man kijkt sinister, iemand lacht vooringenomen, een wantrouwende blik, enzovoorts. Voor een verhaal dat geschreven is in de ik-vorm, is dit op z’n aardigst gezegd opmerkelijk te noemen. Wie is die Rachel Visscher, dat zij in de hoofden van pas ontmoete mensen kan kijken?

Na een verblijf van een aantal maanden wil Visscher terug naar de vertrouwdheid van haar woonplaats Amsterdam, omdat ze het gevoel heeft in een korset te worden gesnoerd. Ze is bovendien bang dat ze zichzelf niet meer zou kunnen onderscheiden van de mensen van de gemeente. Van een antropologe (op de achterkant profileert Visscher zich op de achterflap door haar studie antropologie te nomen), die een fenomeen beschrijft, verwacht ik een beetje meer – al was het maar de nodige zelfreflectie op het feit dat Visscher voor de mensen om haar heen in alle opzichten te onderscheiden zal blijven van en voor de karakters in haar boek.

Genaaid
Het is wat mij betreft dan ook terecht dat de geportretteerde Genemuidenaren zich genaaid voelden, niet in de laatste plaats omdat Visscher onder valse voorwendselen interviews schijnt te hebben afgenomen. Qua inhoud legt Visscher keer op keer de nadruk op uitgesleten paadjes: angst voor God, seksuele onthouding, meisjes die voorbestemd zijn om huismoeder te worden, bulderende dominees, het staat er allemaal in. De tekst staat bovendien nog eens vol fouten ook, zie voor een opsomming dit blog van Teunis Bunt.

Het uitlezen van het boekje werd voor mij hierdoor een verplicht nummertje, en ik was blij toen het uit was.

Subculturen
Door Visschers beleving van haar tijd in Genemuiden werd ikzelf dan weer wel gestimuleerd om na te denken over hoe begrijpelijk de verschillende christelijke subculturen eigenlijk zijn voor buitenstaanders. Ik merk het vaak in gesprekken met mensen die niet christelijk/kerkelijk zijn opgevoed: soms lijken we gewoonweg twee verschillende talen te spreken. Dat roept de vraag op in hoeverre Visscher überhaupt goed voorgesorteerd stond om de op de achterflap beloofde “unieke inkijk” te bieden. Ik gok dat bijvoorbeeld Franka Treurs debuutroman Dorsvloer vol confetti als verhaal van een ingewijde een veel completer en gebalanceerder inzicht geeft in het leven van de gemiddelde bevindelijke gereformeerde. En zelfs dat boek ontkomt niet aan karikaturen: mijn kapster is bijvoorbeeld Genemuidense, en lid van de Gergem aldaar. Op haar werk draagt ze een strakke skinny jeans, en in de zomervakantie gaat ze twee weken naar Zuid-Amerika met haar vriend. En ook onze kraamhulp was van de Gergem, hoewel niet in Genemuiden. Een vrome vrouw, dat zeker, maar ook eentje met een hoop lol in het leven, die niet bang was om over de eigen kerkmuren heen te kijken. Twee willekeurige mensenlevens, die een flinke nuancering brengen in het plaatje dat Visscher schetst. Zij is dit soort verhalen ofwel niet op het spoor gekomen, of heeft ze moedwillig niet verteld.

Nou ja… Naast onberispelijk en verrassend, zal Jan Siebelink de stijl van Visschers debuut niet voor niets suggestief hebben genoemd…

Advertenties

7 thoughts on “Zwarte dauw: Genemuiden door de ogen van een buitenstaander”

  1. @ardbeg10y
    Ja, die is echt briljant, die Hokjesman! Alle afleveringen zijn wel aan te raden eigenlijk 🙂

  2. @shin: klopt. Ik kijk eigenlijk nooit tv vanwege het slaapverwekkende niveau, maar De Hokjesman is een goede uitzondering. Heb je nog meer tips van goede programma’s voor me?

  3. Siebelinks onderscheidingsvermogen is inmiddels ook lang niet meer zo scherp als het ooit was.

  4. @ardbeg10y
    Louis Theroux. Maar die kijk ik fijn via Netflix. Onze digitenne-ontvanger krijgt sinds een verhuizing geen signaal meer, dus ik heb tv-kijken opgegeven…
    Die docu over de dood was ook leuk. EO en IKON dacht ik. En Metropolis is ook geinig :).

Reacties zijn gesloten.