Wat moeten we doen, mannenbroeders?

Ik heb de koptelefoon op en ik luister. Twee banjo’s tingelen door elkaar heen, en geven een klankbeeld als van een Malinese kora. Een mannenstem valt in met een gedragen melodie: Ga maar alvast deu, ik kom te voeten / langs de durpel en het Steenovese pad/ Ik heej niks in m’n zakken / en in de gloria. Ik zit gelijk rechtop en raak gefascineerd.

Stomtoevallig ben ik op de website van de mij tot dan toe totaal onbekende Broeder Dieleman beland. De cd is al in september verschenen, kreeg veel lovende kritieken, maar ik lees eigenlijk nooit meer popmuziekrecensies.
Ik besluit de hele cd af te luisteren; ik hoor gaandeweg een merkwaardig mengsel van traditionele folk, gereformeerde psalmen en gezangen en experimentele soundscapes.
Toch is het raar: hij heeft geen bijzondere stem, een beetje onvast, de structuur, de accoordenschema’s en de melodieën van de liedjes zijn nogal standaard, niks bijzonders, en op virtuoze instrumentale escapades hoef je ook niet te rekenen. Desondanks weet Dieleman met zijn producer / keyboardspeler Pim van de Werken en medemuzikanten (Adam Casey, zangeres Janine van Osta, die mooi naturel tweede stem zingt) van dit ogenschijnlijk onopvallende materiaal iets bijzonders te maken, door de subtiele arrangementen en spaarzame en verrassend toegepaste instrumentatie. Daardoor krijgt elk nummer een bepaalde spanningsopbouw en dynamiek, een betoverend sfeertje en de nodige kippevelmomenten. Beste voorbeelden zijn ‘Gloria’ , ‘Kauwtje’, ‘Adriana’, en ‘Leger van de Heer’ en ‘Genade genoeg’, dat mij deed denken aan de eveneens op psalmen en hymnes gebaseerde freejazz van Albert Ayler (Huh, wie? Ha! Zo lijkt het toch nog een echte recensie).

Nog een pluspunt is de productie. De cd is in Dielemans huiskamer opgenomen en klinkt lekker rauw. Dat is een verademing in vergelijking met de gemiddelde aalgladde  cd-productie, waarbij ieder instrument, ieder geluid afzonderlijk benadrukt wordt en glashelder als op een presenteerblaadje aan je wordt opgediend. Hier worden de oren aan het werk gezet om zelf de mooie momenten op te pikken , en dat vinden oren leuk.
Dat is bij elkaar heel erg knap en het getuigt van een zeldzaam talent, vergelijkbaar met bijvoorbeeld PJ Harvey, vinden wij van Flipsonius.

Teksten

Ook de teksten hebben een vergelijkbare kwaliteit. Die zijn sterk suggestief en beeldend, maar ook weer zo open dat een ieder er verschillende associaties en gevoelens bij zal hebben, al naar gelang zijn eigen achtergrond. En er zit nogal de nodige bijbelse symboliek en voor gelovigen herkenbare taal in verweven.

Dieleman is afkomstig uit een vrijgemaakt gereformeerd nest, inmiddels losgemaakt daarvan, maar nog steeds geboeid en beïnvloed door het idioom en gedachtengoed. Het genoemde openingsnummer ‘Gloria’ roept bij mij associaties op met het verhaal van de verloren zoon (Je kan op elk moment de deur deuj / de straat uut tot je ‘t ‘uuzen achterlaat / waar de kraaien wachten) . ‘Aalscholvers’ opent met: wat moe’n we doen, mannenbroeders / waar brengen we dit naar toe / onze mond is droog van ’t roepen / onze voeten van ’t lopen moe / en buuten gaat de wereld vreselijk tekeer. In ‘Adriana’ lijkt sprake te zijn van een oudere vrouw in een kamer in een verzorgingshuis, die ‘nog nooit het licht heeft gezien’ en zich afvraagt of Jezus ooit nog terugkomt. Er is een verwijzing naar sexueel misbruik (toen ie bie me kwam, en wat ie meej me dee / en ik draag de gevolgen, voor altijd meej me mee) , en een beklemmend refrein: Ik heb een tafel een bed, en een stoel bie ’t raam / daarbuuten is buutenste duisternis.

Het nummer eindigt met een sprankje hoop, door het maanlicht, dat zilver op de wand schijnt. In ‘Aalscholvers’ stelt Dieleman geconfronteerd met de mannenbroederlijke neerslachtigheid en ernst de vraag of hij ‘asjeblief naar ‘uus’ mag. En in het hartverwarmende ‘Janna en Lieve’, geschreven voor zijn dochters, bindt hij ze op het hart om vooral het huppelen niet te verleren , en elke dag op te staan met de vraag: ‘wat vieren we vandaag’.

Zo confronteert Dieleman telkens zijn eigen, naar menselijke maat gesneden emoties, observaties en beeldtaal met de machtige poezie en archetypische symboliek van de bijbel. Met de nodige ironie en weemoed. En eerlijk gezegd komt dat op mij veel effectiever en subtieler over dan de vele Nederlandse boeken waarin schrijvers de trauma’s van hun streng-gelovige opvoeding van zich afschrijven. Van een wrokkige afrekening lijkt geen sprake. En gaat de bijbel eigenlijk niet ook gewoon over deze confrontatie tussen menselijke maat en goddelijke almacht?

Azijn?

Valt er nog wat azijn te pissen? Hmm, een paar druppeltjes. Dieleman zingt zijn teksten vol overtuiging, met zoals gezegd een wat onvaste stem. Dat is in dit genre geen bezwaar, het komt aan op passie en voordracht. En die zijn in ruime mate aanwezig. Maar op sommige momentjes is zijn intonatie toch hinderlijk onzuiver. Ik denk dat dat met wat meer aandacht wel beter had gekund.

Tweede puntje is dat de cd weliswaar geleverd wordt met een tekstboekje, maar de met de hand geschreven teksten zijn zo klein afgedrukt dat ze nauwelijks leesbaar zijn. Dat is jammer, want zoals gezegd, de teksten zijn een van de sterke punten van deze cd. Het was een kleine moeite geweest om ze op Bandcamp te publiceren. Het Zeeuws kent weliswaar niet zoals Noord- en Oostnederlandse streektalen een heel erg afwijkend idioom, maar wie niet bekend is met de tongval (ik ken het gelukkig wel, in elk geval genoeg) zal moeite hebben bepaalde teksten te verstaan.

Daartegenover staat dat je bij aanschaf van de cd een downloadcode krijgt voor de EP ‘Klein Zieltje’ die ook zeer de moeite waard is. En waar vind je nog een platenlabel als Snowstar records, die je de cd levert, vergezeld  van een handgeschreven briefje met ‘Geniet ervan’?

Conclusie

Dan ben ik wel verkocht. Wat mij betreft het beste en meest originele Nederlandstalige werk dat ik in jaren gehoord heb. Van harte aanbevolen voor randkerkelijken, zoekers, twijfelaars en dwazen. Ik kijk uit naar nieuwe projecten van hem en zijn muzikanten.

Inmiddels hebben Dieleman en van de Werken weer een nieuwe track gepubliceerd, de titelsong van de documentaire Braziliaanse Koorts, over de emigratie van zo’n 700 Zeeuwen midden 19e eeuw naar Brazilie. Ook hier weer een bevestiging van hun kwaliteiten: in een paar woorden en zinnen wordt een beeld neergezet van de belevenissen van deze migranten, en met minimale muzikale middelen – banjo, accordeon, opzwepende percussie en een super simpele maar zeer effectieve gitaarriff weten ze weer een prachtige sound te creëren.

Enfin, luister u zelf maar.

We slapen ’s avonds meej de ramen open
En ons hoofd dicht tegen de muur
En in de gloria

Prachtig.

Advertenties

11 gedachten over “Wat moeten we doen, mannenbroeders?”

  1. @Ruub
    Klopt. Op zich is het project wel afgerond, het boek is af, de documentaire gaat eind januari in Vlissingen in premiere. Blijkbaar had de uitgeverij er wel fiducie in om het project door te zetten. Er resteert nog een klein bedrag dat door crowdfunding bijeengebracht moet worden. Dus wie geïnteresseerd is, of Zeeuwse roots heeft……je krijgt er een DVD en een mooi uitgegeven boek voor terug.
    Dit is geen spam, geen spam, geen spam 😉

  2. Ik versta er amper een drol van, de stem en het zingen vind ik eigenlijk niks (alhoewel het ook wel weer past bij de eigenzinnigheid van het geheel) ik ben normaal gesproken ook niet zo van de luisterliedjes maar woooow…. die muziek! Heel bijzonder.

  3. @flip

    Ik wilde eigenlijk zeggen dat ik het vandaag toch zeker voor meer dan 90% met een muziek-recensie eens ben, en dat overkomt me niet vaak. 😉

  4. Nog een muziektip: Texas Flood. 🙂

    The deliberate strokes on tempered guitar strings, the tranquility of mesmerizing rhythms, and the soothing songs of a heart undone will unleash rains of revelation and healing waters to your soul.

Reacties zijn gesloten.