Trouw-chef: ‘Checks zijn bij ons niet gangbaar’

Dagblad Trouw heeft z’n eigen Frank Ouweneel: ‘sterverslaggever’ Perdiep Ramesar blijkt 126 artikelen voor de krant uit z’n dikke duim te hebben gezogen. Hij voerde jarenlang niet bestaande en niet traceerbare bronnen op. Een externe commissie die onderzoek deed naar de artikelen van Ramesar oordeelt vernietigend, ook over de rol van zijn leidinggevenden binnen Trouw:

‘De cultuur op de Trouw-redactie heeft een context gecreëerd waarin zijn gedrag kon ‘floreren’. Het controlemechanisme werkte niet goed, er is onvoldoende aandacht geweest voor het primaire journalistieke proces. Signalen over zorgen binnen de redactie die doorkwamen bij de hoofdredactie zijn niet goed opgepakt.’

Andries de Jong, voormalig redacteur van kritisch weblog Goedgelovig, is niet verbaasd over deze rel en de uitkomst. In een reactie per e-mail laat hij weten:

‘Trouw is al langer niet aanspreekbaar op de journalistieke mores van haar redacteuren. We hebben een keer meegemaakt dat in een interview vrijwel alle citaten – aantoonbaar – werden verdraaid en zelfs zaken werden opgedist die nooit gezegd waren en ook feitelijk niet klopten. Waar bronnen ‘nee’ zeiden schreef de redacteur gewoon ‘ja’ op. Toen we daarover aan de bel trokken bij chef religie Emiel Hakkenes, sprak deze de opzienbarende woorden:

‘Ik kan je meedelen dat een check op feiten en citaten voor Trouw in het geheel niet gangbaar is. In juni 2009 heeft deze krant besloten dat interviews en citaten niet ter autorisatie worden voorgelegd.’

We vielen van verbazing zowat van onze stoel en mailden onthutst terug:

‘Als je citaten en feiten niet meer checkt, positioneer je jezelf voor blunders.’

Hakkenes bleek niet voor rede vatbaar en ook de hoofdredacteur gaf geen thuis. Dat de onderzoekers nu concluderen dat er bij Trouw structureel onvoldoende aandacht is voor het primaire journalistieke proces – feiten checken en zorgvuldig weergeven – verbaast me dus niet. Maar – en dit is kwalijker – de krant is ook niet aanspreekbaar op fouten. De eigen journalisten worden haast reflexmatig door hun superieuren beschermd.’

Toen de fraude van Ramesar werd ontdekt wilde Trouw de naam van de betreffende journalist niet noemen, maar dankzij GeenStijl lag dat toch binnen een uur op straat. Trouw-redacteuren werd verboden om met de pers te praten. Vrij Nederland heeft zich in een uitvoerige reconstructie daarom noodzakelijkerwijs moeten beroepen op anonieme bronnen bij Trouw. Hoe ironisch.

Inmiddels heeft hoofdredacteur Cees van der Laan een mea culpa geschreven. Trouw neemt anderen de maat en moet ook zelf corrigeerbaar zijn, vindt hij nu nederig. Wat een heerlijke omslag bij Trouw, zo vlak voor kerst. Het licht is in de wereld gekomen.

Advertenties

36 gedachten over “Trouw-chef: ‘Checks zijn bij ons niet gangbaar’”

  1. Via twitter is een reactie binnengekomen vanuit de trouwburelen:

    Jullie stukje over Trouw barst van de misverstanden. Hakkenes heeft het niet over feitencheck, maar over autorisatie van een interview.

    Kortom: over situaties waarin iemand als hij geïnterviewd is en het interview voor publicatie krijgt voorgelegd. Je kunt dan niet zeggen: … ‘dit mag er niet in en ik wil dat dit anders geformuleerd wordt’. Echt heel iets anders dan het checken van feiten in bv. een bericht.

    Reactie van de auteur:

    Gevoelige typjes, die Trouw-journalisten. 😉

    ‘Barst van de misverstanden’… Ach, overdrijven is ook een vak. De feiten in het bericht kloppen en er is keurig verwezen naar bronnen als Elsevier, Vrij Nederland, GeenStijl en Trouw zelf.

    De context van het citaat van Hakkenes was het door een Trouw-journalist niet checken van de feiten en het niet correct weergeven van citaten uit een interview. Hij verdedigde zich met de stelling dat interviews niet worden geautoriseerd, alsof daarmee de kous af is. De journalist heeft dan altijd gelijk en bronnen zijn vogelvrij. Dan ben je niet zorgvuldig.

    De inhoud van het citaat is voor rekening van De Jong, die zijn mening ventileert op basis van eigen ervaringen met Trouw. De enige verantwoordelijkheid van DwazeSchare.nl is het citaat correct weergeven.

  2. Ironisch, terwijl Trouw zelf geen feiten checkte uit interviews en zelfs, aldus de Jong, beweringen van bronnen omkeerde, nemen ze de maat als het gaat om een onderscheid tussen feitencheck en authorisatie van een artikel. Een lezing die overigens niet volgt uit de woorden van Hakkenes, die het heeft over ‘een check op feiten en citaten’ die niet gangbaar is. Helaas, weer een kwaliteitskrant minder. 😦

    Terwijl men toch had kunnen leren van deze film:

  3. @Wilfred
    Het is ondoenlijk om altijd alle feiten uit een interview te checken. En autorisatie doe je als journalist eigenlijk nooit, tenzij je zonder autorisatie geen interview kan krijgen en je het heel graag wil. De mogelijkheid om een interview vooraf in te zien, zonder recht op autorisatie, wordt wel gegeven, maar dat is meer uit aardigheid. De reactie van Robin de Wever slaat in een ander opzicht de plank mis: GG vindt verkeerd geciteerd te zijn en Hakkenes reageert daar vreemd op: GG vroeg niet om autorisatie, maar om rectificatie van verkeerde citaten.

    @Robin de Wever
    Het punt waar het hier om gaat is dat bij Trouw wel vaker op een manier met de waarheid omgaat die niet helemaal koosjer is.

    Andries noemt in dit stuk een voorbeeld, Jan Dirk Snel biedt met zijn stuk over de neofundamentalist een ander voorbeeld (lees vooral ook zijn vervolg), enige tijd terug schreef Evert te Winkel een stuk waarin hij misschien wel wat al teveel welwillendheid ten toon spreidde en ook de bisschoppenkonferentie van de RKK was niet erg blij met Trouws omgang met de waarheid en dat allemaal laat zien dat Perdiep Ramesar niet de enige is die wel een al te creatieve omgang met de waarheid had. En ik had nog heel wat bronnen opduikelen die een stuk minder genuanceerd zijn dan deze.

    Andries legt er terecht de vinger op dat het niet alleen Ramesar is die in moreel opzicht door de mand valt, andere redactieleden blijven ook weleens ver van de waarheid, zeker waar het jouw eigen RelFil-redactie betreft. Het lijkt er sterk op dat Trouw liever ophef zoekt dan de waarheid recht doet. Koppen worden aangedikt, citaten worden verdraaid, conclusies op basis van uitspraken worden als uitspraak gebracht, nieuws wordt verzonnen. Ik ben een loyaal lezer van Trouw, maar het komt écht veel te vaak voor dat Trouw in moreel opzicht op de wip zit. Trouw is een kleine krant die met de grote jongens mee wil doen en daarvoor met liefde de goede reputatie te grabbel gooit. Het zijn geen fouten die Trouw in zijn hemd zetten, het zijn keuzes, redactionele keuzes. Het stukje barst dus ook niet van de misverstanden, het legt de vinger feilloos op de zere plek. Je reactie over autorisatie is niets dan een afleidingsmanoeuvre.

  4. @DH:

    Het is ondoenlijk om altijd alle feiten uit een interview te checken.

    Ik zou ook niet willen beweren dat je alles moet checken, maar net als in een rechtzaak gaat het om de betrouwbaarheid van een getuige. En daar wil je wel enige zekerheid over hebben, voordat je hem ten tonele voert.

  5. Maar eerlijk is eerlijk, het allerdomst zijn die lieden die alles klakkeloos aannemen, en hem zo een podium gaven!

  6. @Wilfred

    net als in een rechtzaak gaat het om de betrouwbaarheid van een getuige. En daar wil je wel enige zekerheid over hebben, voordat je hem ten tonele voert.

    Nee. In veel gevallen wil je gewoon iemands verhaal horen. Alleen als een politicus iets zegt of er zijn hele grote belangen in het spel, dan is het onwaar tenzij je goede reden hebt om aan te nemen dat wat iemand zegt waar is. Ik ben het wel eens met Piet Bakker die zich een tijdje terug sterk verzette tegen het rituele feitenchecken: liever alleen feiten checken als het er echt toe doet, als je twijfelt, want dan kan je echt eens iets boven tafel krijgen.

  7. @DH: Wij zijn het hier niet over eens. Een podium geven aan lieden die niets of onzin te melden hebben, past niet in mijn beeld van nieuwsgaring. Fijn dat je dan correct meldt wat iemand te zeggen heeft; ik hoor dan liever iets wat ergens aan bijdraagt en stand kan houden, ook na onderzoek.

  8. @Wilfred
    Het gaat niet om niets of onzin melden, niemand meldt niets of onzin. Het gaat om feiten checken. Als een journalist David Sörensen interviewt, dan wil je toch niet dat die journalist alle onzin die David vertelt eruit filtert? Of dat die journalist bij alle onzin meldt dat David onzin meldt? Je wil zelf een oordeel vormen of David iets verstandigs of iets onzinnigs meldt. Om op een gezonde manier als burger te functioneren, is het nodig om te weten welke opvattingen er globaal in de wereld leven, ook al zitten daar in jouw ogen of in de ogen van de journalist onzinnige opvattingen tussen.

  9. “Om op een gezonde manier als burger te functioneren, is het nodig om te weten welke opvattingen er globaal in de wereld leven, ook al zitten daar in jouw ogen of in de ogen van de journalist onzinnige opvattingen tussen”

    Juist.

  10. @DH: Dat zou natuurlijk kunnen, als het artikel b.v. over David zelf zou gaan. In dat geval ben ik het met je eens. Misschien heb ik niet helemaal goed aangegeven op welke rol van de bron ik doelde.

    Maar stel dat David beweert informatie te hebben over de zgn. sharia-driehoek of praktijken in de christelijke wereld, zou jij dan als journalist bereid zijn ongeverifieerde statements van David als bron te gebruiken voor een artikel? Ookal zou je dan correct weergeven wat David je heeft verteld, dan wil je toch wel weten hoe betrouwbaar David is als het om die zgn. informatie gaat? En dat kun je bij benadering volgens mij alleen vaststellen door een algehele inschatting van zijn achtergrond, de nabijheid bij de context waarover hij verklaart, de betrouwbaarheid van verifieerbare gegevens in zijn statement, etc.

  11. “Maar stel dat David beweert informatie te hebben over de zgn. sharia-driehoek of praktijken in de christelijke wereld, zou jij dan als journalist bereid zijn ongeverifieerde statements van David als bron te gebruiken voor een artikel? ”

    Misschien naast een paar andere ongeverfieerde bronnen. Maar naar t schijnt is het dat je met een 1 bron heel ver kan komen?
    https://www.google.nl/webhp?sourceid=chrome-instant&ion=1&espv=2&ie=UTF-8#q=telegraaf%20is-aanhangers%20duiken%20onder

  12. @Wilfred
    Bij dat soort gevallen geldt überhaupt: 1 bron is geen bron. En dan zou Trouw ook nooit gebruik kunnen maken van ‘Andries de Jong’, want van iemand die voor jou anoniem blijft, kan je nooit de betrouwbaarheid inschatten.

    Daarnaast: Stel dat je aan David vraagt naar bepaalde praktijken in de christelijke wereld en hij zegt er dit of dat over. En je vraagt het aan twee of drie anderen die het kunnen weten en die zeggen er dit of dat over. Hoe weet je dan dat je de waarheid te pakken hebt? Nee, het is zinvoller om feiten te checken als er gerede reden tot twijfel is dan om alle feiten te checken, ongeacht of er reden tot twijfel is of niet.

  13. @DH: Dat laatste vind ik een wonderlijke conclusie, omdat je dan naief veronderstelt dat je weet wanneer je reden tot twijfelen hebt. Alle miskleunen, zelfs bij een redelijk gegarandeerd werkend proces zoals het strafrecht, wijzen uit dat je dat regelmatig niet weet. Ik ben er dan ook niet van overtuigd dat je op basis van intuitie kunt bepalen wat je kunt vertrouwen. Wat overigens verder bevestigd wordt door het werk van Kahneman, maar dat terzijde. 😉

    Oftewel, als dat de basis is van journalistiek goed werk, dan zijn mensen terecht sceptisch over wat ze van een krant moeten vertrouwen.

  14. @Wilfred

    En als het zo gaat met de berichtgeving van nu, wat dacht je dan van die van 2000 jaar terug. Of zouden ze het toen beter hebben gekund….

  15. Zit de sleutel niet gewoon in hoe je als journalist het nieuws weergeeft? Ik vind ‘IS aanhangers duiken onder’ heel iets anders dan ‘IS aanhangers duiken onder, aldus een koerier op een motorfiets’.

    Als medium versla je wat er gebeurt. Als ‘wat er gebeurt’ de woorden van iemand zijn die zich als getuige opwerpt dan doe je daar verslag van. Je doet verslag van wat iemand zegt over een gebeurtenis, en het is dan verder aan de lezer om dit te beoordelen. Volgens mij zijn heel veel nieuwsberichten zo opgesteld. Geruchten zijn tenslotte ook nieuws.

    Probleem is dat de professionaliteit (en intelligentie) van een flink aantal nieuwsmedia tekort schiet, waardoor het onderscheid tussen ‘dit is wat er gebeurt’ en ‘dit is wat Piet zegt dat er gebeurt’ niet meer gemaakt wordt, zeker niet bij het overnemen van nieuwsberichten van anderen. En als je het nieuws ook nog wil verkopen (letterlijk), dan is ‘IS aanhangers duiken onder’ natuurlijk veel opwindender dan ‘IS aanhangers duiken onder, aldus een koerier op een motorfiets’.

  16. @Wilfred

    Dat laatste vind ik een wonderlijke conclusie, omdat je dan naief veronderstelt dat je weet wanneer je reden tot twijfelen hebt.

    Dat weet je ook. Als iemand zichzelf tegenspreekt heb je reden tot twijfelen, ook als wat iemand beweert totaal anders is dan wat je van de wereld weet of als iemand duidelijk belangen heeft om te beweren wat hij beweert. Maar het is vooral naïef om te denken dat je alle feiten en beweringen kan controleren. In de wetenschap kan dat al niet, dan kan het in de journalistiek zeker niet. Als je over een wetenschappelijk onderzoek wil schrijven, moet je dan dat onderzoek over gaan doen om feiten te checken of moet je een beoordeling maken van de betrouwbaarheid van dat onderzoek? Vanzelfsprekend het laatste.

    Ik ben er dan ook niet van overtuigd dat je op basis van intuitie kunt bepalen wat je kunt vertrouwen.

    Het gaat ook niet om intuïtie of gutfeeling, al kan je als journalist niet zonder, er zijn goede criteria om beweringen te vertrouwen of te wantrouwen. Die criteria krijgt een journalist in zijn opleiding ook aangereikt, inclusief instrumenten om een goed oordeel te vormen over de betrouwbaarheid van een bron of een bewering. Hoe dan ook moet een journalist keuzes maken in de feiten en beweringen die hij/zij wel checkt en welke niet. Als de journalist geen keuzes maakt en alles checkt, dan wordt niets goed gecheckt.

    Oftewel, als dat de basis is van journalistiek goed werk, dan zijn mensen terecht sceptisch over wat ze van een krant moeten vertrouwen.

    De wetenschappelijke methoden zijn niet waterdicht en de journalistieke methoden zijn ook niet waterdicht. Maar juist omdat journalisten keuzes maken in wat zij wel en niet checken, is de journalistiek over het algemeen zeer betrouwbaar.

    @Bokkepoot

    Probleem is dat de professionaliteit (en intelligentie) van een flink aantal nieuwsmedia tekort schiet, waardoor het onderscheid tussen ‘dit is wat er gebeurt’ en ‘dit is wat Piet zegt dat er gebeurt’ niet meer gemaakt wordt, zeker niet bij het overnemen van nieuwsberichten van anderen.

    Het gevaar is dat een medium nooit meer verantwoordelijkheid neemt voor wat het schrijft. Een tijd terug was er gerommel in het nieuws met Margarita en De Roy van Zuydewijn en De Roy van Zuydewijn beweerde (uit mijn hoofd) iets als dat hij wordt afgeluisterd door de politie. Je gaat als journalist naar De Roy van Zuydewijn en die zegt afgeluisterd te worden, je gaat naar de politie en die ontkent en je schrijft de beide quootjes braaf op. Heb je dan de lezer geholpen in de waarheidsvinding? Of je interviewt iemand die zegt dat de aarde opwarmt door menselijk handelen en iemand die dat ontkent. Geef je dan de werkelijkheid evenwichtig weer, al is een grote meerderheid van de milieu-experts overtuigd dat menselijk handelen de aarde opwarmt? Juist de praktijk dat er beweringen van de één en tegenovergestelde beweringen van de ander tegenover elkaar gezet worden, maakt dat lezers denken dat er geen waarheid is, alleen maar meningen. Of dat de waarheid wel ergens in het midden zal liggen. Op een gegeven moment moeten media in dergelijke gevallen op basis van onderzoek een oordeel kunnen vormen van de (on)waarheid van een bewering. Dan gaat het dus om feitelijke beweringen met een hoog maatschappelijk belang. En als zij daarin niet slagen, dan moeten ze kunnen uitleggen waarom het niet mogelijk is daar een goed oordeel over te vormen. In ieder geval kan een medium zich niet achter bronnen blijven verschuilen.

  17. @DH

    Je gaat als journalist naar De Roy van Zuydewijn en die zegt afgeluisterd te worden, je gaat naar de politie en die ontkent en je schrijft de beide quootjes braaf op. Heb je dan de lezer geholpen in de waarheidsvinding?

    Dat ligt eraan welke waarheid er gevonden moet worden en hoe dat in het artikel wordt weergegeven. Gaat het om het gegeven dat Roy van Zuydewijn beweert dat hij wordt afgeluisterd door de politie, zeg ik: ja, dat kun je zo opschrijven dat je inderdaad bezig bent met waarheidsvinding. Niet wat betreft het afluisteren, maar wat betreft de bewering van Roy van Zuydewijn. Dat kan namelijk nieuws zijn, dat hij dat beweert.

    Breng je dit echter als “Roy van Zuydewijn wordt afgeluisterd”, ga je vervolgens uitgebreid en met veel sensatie in op de ‘feiten’ die hij noemt en geef je onderaan het artikel nog even terloops aan dat de politie deze ontkent, dan ben je minder objectief bezig. En ik denk dat veel nieuwsmedia hierin weinig objectief zijn, maar dat wil niet zeggen dat je hier niet naar zou kunnen streven.

    Of je interviewt iemand die zegt dat de aarde opwarmt door menselijk handelen en iemand die dat ontkent. Geef je dan de werkelijkheid evenwichtig weer, al is een grote meerderheid van de milieu-experts overtuigd dat menselijk handelen de aarde opwarmt? Juist de praktijk dat er beweringen van de één en tegenovergestelde beweringen van de ander tegenover elkaar gezet worden, maakt dat lezers denken dat er geen waarheid is, alleen maar meningen.

    Dat laatste lijkt me een wat voorbarige conclusie. Ik ben eerder bang dat veel mensen het onderscheid tussen ‘feit’ en ‘mening’ slecht maken en daardoor eerder meningen als feiten interpreteren dan andersom. Om die reden ben ik juist voorstander van het weergeven van verschillende interpretaties van feiten, want dat is hier vaak het geval: juist zaken als opwarming van de aarde e.d. zijn niet even zomaar aan te wijzen. Voor veel ‘feitelijke conclusies’ zijn weer andere ‘feitelijke conclusies’ te trekken die een ander licht op de zaak geven.

    “Er is geen waarheid, er zijn alleen meningen” is denk ik best een juiste stelling. Er zijn aantoonbare, onweerlegbare feiten, maar niet zelden kun je uit die feiten toch verschillende conclusies trekken.

    Op een gegeven moment moeten media in dergelijke gevallen op basis van onderzoek een oordeel kunnen vormen van de (on)waarheid van een bewering. Dan gaat het dus om feitelijke beweringen met een hoog maatschappelijk belang. En als zij daarin niet slagen, dan moeten ze kunnen uitleggen waarom het niet mogelijk is daar een goed oordeel over te vormen. In ieder geval kan een medium zich niet achter bronnen blijven verschuilen.

    Nou ja, dan blijft dat wat mij betreft dus toch afhankelijk van het doel van gebrachte nieuws. En *juist* bij grote thema’s lijkt het me dat een krant voorzichtig is met harde beweringen doen, en *juist* objectiviteit betracht door zich ‘achter de bronnen te verschuilen’ en de nadruk te leggen op de herkomst van het ‘nieuwsfeit’.

  18. @DH:

    Dat weet je ook. Als iemand zichzelf tegenspreekt heb je reden tot twijfelen, ook als wat iemand beweert totaal anders is dan wat je van de wereld weet of als iemand duidelijk belangen heeft om te beweren wat hij beweert.

    Ik blijf er bij dat dat naief is. Ben je op de hoogte van de inhoud van het werk van Kahneman? Dan weet je dat onze inschattingen vaak erg er naast zitten. Dan kun je dus niet volstaan met algemeenheden als tegenspraak e.d. Dat lijkt me het uiterste minimum. Als iemand consistent is in zijn beweringen, is dat echter op geen enkele wijze een garantie voor de waarheid ervan.

    inclusief instrumenten om een goed oordeel te vormen over de betrouwbaarheid van een bron of een bewering.

    Dan ben ik wel benieuwd welke dat zijn en hoe jij in dat licht de gang van zaken rondom die journalist van Trouw beoordeelt. Ik krijg namelijk bijna de indruk dat je ze verdedigt. Hoe het dan toch zo mis kon gaan, begrijp ik dan echter niet.

    Maar juist omdat journalisten keuzes maken in wat zij wel en niet checken, is de journalistiek over het algemeen zeer betrouwbaar.

    Je bent duidelijk een gelovige. 😉

    @Derk:

    En als het zo gaat met de berichtgeving van nu, wat dacht je dan van die van 2000 jaar terug. Of zouden ze het toen beter hebben gekund….

    🙂

    Nee, dat denk ik niet. Wat ook niet wil zeggen dat ze er veel slechter in waren of geen belang hechtten aan een juiste weergave van wat er gebeurd was. Je zult gewoon kritisch moeten kijken naar die geschriften en niks (ook niet van afgestudeerde theologen) voor zoete koek moeten slikken.

  19. @DH; “Bij dat soort gevallen geldt überhaupt: 1 bron is geen bron.”
    Daarom ben ik ook zo blij dat er in de bijbel zoveel verschillende verhalen over eenzelfde gebeurtenis staan! Stel je voor dat alle vier de Evangelisten exact hetzelfde hadden geschreven over het optreden van Jezus! Dan zouden we toch, op z’n minst, gezegd hebben dat de ene Evangelist het gewoon klakkeloos van de ander heeft overgenomen… , of plagiaat heeft gepleegd?! En ’t zelfde geldt voor veel OTestamentische verhaal, die over hetzelfde onderwerp sterk van elkaar kunnen verschillen. Hoe meer verschillende bronnen, hoe beter!

  20. @Ettje
    “Hoe meer verschillende bronnen, hoe beter!”
    Behalve dan de bronnen die tegenspreken.

    “Daarom ben ik ook zo blij dat er in de bijbel zoveel verschillende verhalen over eenzelfde gebeurtenis staan! ”

    Meerdere bronnen zegt nog steeds niet zoveel. Volgens mij wordt er zelfs nog gesoebat over hoever de schrijvers van Jezus afstonden. En tevens gebeurt het wel vaker dat mensen mythes napraten en dingen zien die bovennatuurlijk zijn. T zegt niks. En anders zijn er nog wel meer boeken met meerdere bronnen over onwaarheden.

  21. @Ettje:

    Stel je voor dat alle vier de Evangelisten exact hetzelfde hadden geschreven over het optreden van Jezus!

    Veel theologen gaan er van uit dat alle evangelisten (proto-)Marcus gebruikt hebben voor de kern van hun verhaal. Dan blijft er dus eigenlijk maar 1 bron over voor dat gedeelte. Als je dan DH’s devies zou volgen, is er voor dat gedeelte helemaal geen bron. 😉

    Overigens denk ik dat je wat DH (terecht) schrijft over bronnen in de journalistiek niet zomaar op de geschiedschrijving van oude periodes mag overdragen. Maar dat terzijde.

  22. @Wilfred

    “Overigens denk ik dat je wat DH (terecht) schrijft over bronnen in de journalistiek niet zomaar op de geschiedschrijving van oude periodes mag overdragen. Maar dat terzijde.”

    Dat mag misschien wel kloppen. Maar als mens ben je geneigd te denken dat het ‘niet weten’ alleen speelt bij twijfel.

  23. Leuke discussie. Er zijn zeker wel veel parallellen te trekken tussen historiografie (geschiedschrijving) en journalistiek. In beide gevallen gaat het om waarneming van gebeurtenissen en brononderzoek (waarbij je te maken hebt met zowel primaire als secundaire bronnen), een contextuele validatie en interpretatie van die bronnen, en de geschiedschrijving-journalistiek zelf die ofwel naar objectiviteit-neutraliteit streeft of gekleurd kan zijn door de belangen en context van de geschiedschrijver/journalist.

    Bij Trouw spelen twee verschillende zaken:

    1) De fantast Ramesar. DH heeft gelijk dat je niet alles kunt checken. Maar wanneer check je als chef, hoofd- of eindredacteur in ieder geval wel:

    – bij nieuwe schrijvers, want je kent hun kwaliteit en journalistieke skills immers nog niet, die moet je eerst valideren.
    – als bronbescherming wordt toegepast en bronnen dus geanonimiseerd worden opgevoerd; die bronnen moeten naast de journalist zelf in ieder geval ook bij de redactioneel eindverantwoordelijke bekend zijn.
    – als artikelen grote consequenties hebben voor de direct betrokkenen of de samenleving (de sharia-driehoek is een overduidelijk voorbeeld hiervan), dan heb je de morele plicht feiten te dubbel-checken.
    – als je intuïtief ongemak ervaart en een verhaal ‘te mooi is om waar te zijn’.
    – als collega’s of bronnen aan de bel trekken en aangeven dat artikelen niet kloppen.

    Trouw heeft op al deze vijf punten gefaald.

    Aanvullend zou ik willen opmerken dat het bij onderzoeksjournalistiek verstandig is om altijd in tandem te werken. Dat kunnen twee samenwerkende journalisten zijn, of een journalist en zijn chef. Dan bouw je zelf een ‘checks and balances’ in het proces in. Ramesar opereerde alleen en Trouw liet hem jarenlang begaan.

    2) De onjuist geciteerde De Jong. Hier spelen twee aspecten:

    – het laatstgenoemde punt onder 1), namelijk een bron trekt zelf aan de bel dat een artikel niet klopt. Dan heb je m.i. in ieder geval de plicht om te onderzoeken of de journalist zijn werk wel goed heeft gedaan, of dat de persoon in kwestie wellicht spijkers op laag water loopt te zoeken. Toch wijzen veel media deze verantwoordelijkheid af. Ten onrechte vind ik, want als medium heb je veel meer macht/invloed dan geïnterviewden, je moet hier dus altijd integer mee omgaan.

    – laat je een interviewde zijn eigen interview vooraf nalezen of niet? Het journaille is op dit punt radicaal verdeeld. Want te vaak proberen belanghebbenden (politici, voorlichters) een artikel naar hun hand te zetten. Maar het omgekeerde is evengoed waar: vaak proberen journalisten een artikel ook naar hun hand te zetten, zij willen er immers mee scoren. Vanuit het oogpunt van redelijkheid is het niet meer dan logisch om een geïnterviewde vooraf inzage te geven in een artikel en de mogelijkheid te bieden feiten en citaten te controleren. Er kan immers altijd ruis optreden in de communicatie en het is ook in het belang van de journalist (en het lezerspubliek) om feiten en citaten correct weer te geven. Maar wat niet mag is de strekking van een interview ombuigen of nog erger: een interview herschrijven.

    Trouw heeft ook op deze twee punten gefaald.

    Ik veroordeel Trouw tot openbare rectificatie op de pagina in de krant waar het nieuws destijds is gebracht en boetedoening door een bedevaart naar Rome te maken.

    Tot zover mijn uitspraak. Hier moet u het mee doen. 😉

  24. @Wilfred

    Ik blijf er bij dat dat naief is.

    Ik heb eens een man geïnterviewd die met autistische jongens ging vissen, omdat zij daardoor rustiger en geconcentreerder zouden worden. Wat verwacht je dan van mij? Moet ik in de bosjes gaan liggen om te zien of die man inderdaad met jongens gaat vissen? Moet ik aan een pscholoog vragen of die jongens inderdaad autistisch zijn? Moet ik aan de ouders vragen of zij er inderdaad rustiger van worden? Of mag ik gewoon zijn verhaal opschrijven? Als ik zijn verhaal op feitelijke juistheid moet checken, hoeveel verhalen denk je dan dat ik per dagjaar kan schrijven? Twee, misschien drie? En wanneer wil jij het nieuws van vandaag in je brievenbus krijgen? In september?

    Ben je op de hoogte van de inhoud van het werk van Kahneman? Dan weet je dat onze inschattingen vaak erg er naast zitten.

    Zoals je in mijn scriptie kan lezen, ga ik op dat soort zaken (Kahneman zelf niet) uitgebreid in. Maar dat doet niets af aan mijn punt: Jij doet alsof een journalist een jaar de tijd heeft om een artikel te schrijven en dat is volstrekt onrealistisch. En je doet dan het volk ook tekort, omdat het vaak belangrijker is om te weten welke ideeën er leven dan of de journalist vindt dat die ideeën juist of waar zijn.

    Dan kun je dus niet volstaan met algemeenheden als tegenspraak e.d. Dat lijkt me het uiterste minimum.

    Het is een heel sterk criterium. Probeer maar eens een verhaal te verzinnen en tijdens een interview, met zowel verwachte als onverwachte vragen, dat verhaal coherent uit te dragen. Dat is echt ongelovelijk moeilijk.

    Als iemand consistent is in zijn beweringen, is dat echter op geen enkele wijze een garantie voor de waarheid ervan.

    In de filosofie heb je geen garantie van waarheid, in de wetenschap heb je geen garantie van waarheid, in het recht heb je geen garantie van waarheid. Die garantie wel eisen bij journalistiek is idioot. En dan druk ik mij bijzonder genuanceerd uit. In veel gevallen is de waarheid überhaupt niet te achterhalen, hoeveel je ook checkt. Deal with it.

    Dan ben ik wel benieuwd welke dat zijn en hoe jij in dat licht de gang van zaken rondom die journalist van Trouw beoordeelt. Ik krijg namelijk bijna de indruk dat je ze verdedigt. Hoe het dan toch zo mis kon gaan, begrijp ik dan echter niet.

    Het gaat hier om het verzinnen van bronnen. Op het moment dat ik als journalist iemand spreek over een bepaald onderwerp, dan gaat mijn eindredacteur er vanuit dat ik die persoon gesproken heb en opgeschreven heb wat die persoon gezegd heeft. Is het een publiek persoon die eerder het tegenovergestelde beweerd heeft, dan is dat anders: dan kan de eindredacteur vragen of ik zeker weet dat die persoon dat gezegd heeft. Maar in principe ga je er vanuit dat de journalist zijn werk doet en alleen dat opschrijft ‘what he holds in his heart to be true.’ Een eindredactie, die veel bezig is met organisatie en een groot team aan journalisten moet sturen, kan het niet gemakkelijk achterhalen als een journalist bronnen verzint. Het kan in principe bij ieder medium gebeuren, zelfs bij de Dwaze Schare. Maar dat gaat dus niet over het checken van feiten. Hoe check je überhaupt of een stukje van de Schilderswijk ‘shariadriehoek’ wordt genoemd? Stel dat je als eindredactie naar de Schilderswijk gaat en je vraagt dertig mensen of zij die term weleens gebruiken en ze ontkennen allemaal, weet je dan dat dat stukje Schilderswijk geen ‘shariadriehoek’ wordt genoemd? Natuurlijk niet, als die term tegenover de journalist gebruikt is, dan wordt het zo genoemd. En je gaat er vanuit dat de journalist een beeld van de wijk heeft opgebouwd dat overeen komt met zijn verhaal.

    Bij @Trouw is het op twee punten misgegaan:
    1. ze hebben veel te weinig met twijfels rondom Ramesars brongebruik gedaan, sterker: zoals ze zelf zeggen hebben ze hem met al te grote gretigheid steeds nieuwe opdrachten in de maag gesplitst en men is hem steeds meer als en soort superjournalist gaan beschouwen. Daardoor was hij min of meer boven alle kritiek verheven, terwijl mede-journalisten twijfels hadden (geuit) bij zijn brongebruik.
    2. Spraakmakend zijn is bij Trouw belangrijker geworden dan deugdelijkheid. Als een goed verhaal een wat saaie kop had, dan werd een kop verzonnen die weliswaar het degelijke verhaal niet ondersteunde, maar wel aandacht trekken zou. Als een journalist met een spraakmakend verhaal kwam, dan werd het direct moeilijker om kritiek op zijn werkwijze te hebben: iedereen wilde dat Trouw invloed uitoefende, dat er Kamervragen over zouden komen of in ieder geval dat andere kranten Trouw noemden en er ook over gingen schrijven.

    Hoe dan ook, dit gaat er niet over dat je in interviews feiten gaat checken. Zoals gezegd kan je heel veel feiten niet eens checken en is het soms belangrijker om iemands verhaal te vertellen dan om de feiten uit een verhaal te checken.

    Nog even over de bronnen: Popper zegt terecht dat als iemand een bewering doet, het onzinnig is om te vragen naar de bron van die bewering, je wil juist weten of de bewering juist is (De groei van kennis, p. 40). Om hem zelf te citeren:

    …volgens de empirische theorie is de bewering ‘ik heb het in The Times gelezen’ nog maar de eerste stap in de rechtvaardigingsprocedure waarin de uiteindelijke bron moet worden opgespoord. Wat is de volgende stap?
    Er staan hem nu tenminste twee wegen open: Ten eerste zou hij zich kunnen realiseren dat ‘ik heb het in The Times gelezen’ zelf ook een bewering is en dat wij zouden kunnen vragen ‘Wat is de bron van uw kennis dat u het in The Times hebt gelezen en niet in een krant die heel veel op The Times leek?’. Ten tweede zou men The Times kunnen vragen wat de bronnen van hun kennis zijn. Het antwoord op de eerste vraag kan zijn ‘Maar wij hebben alleen op The Times een abonnement en wij krijgen deze krant ’s morgens altijd thuisbezorgd’, hetgeen een menige andere vragen over de bron van dit of dat oproept, waarop wij verder niet zullen ingaan. De tweede vraag kan de hoofdredactie van The Times ontlokken: ‘Wij kregen een telefoontje van het ministerie van de premier’. Nu zou volgens de empirische procedure de volgende vraag zijn: ‘Welke heer nam de telefoon aan?’ waarop wij een rapport van zijn waarnemeningen moeten proberen te krijgen. Maar wij zouden die mijnheer ook moeten vragen ‘Wat is de bron van uw kennis dat die stem die u hoorde van de woordvoerder van het ministerie van de premier kwam?’ enzovoorts.
    Er bestaat een eenvoudige reden waarom delze langdradige reeks vragen nooit tot een bevredigend einde kan worden gebracht. Het is deze. Elke ooggetuige moet in zijn verslag altijd overvloedig gebruik maken van zijn kennis van personen, plaatsen, dingen, taalgebruik, sociale conventies, enzovoorts. Op zijn ogen en oren alleen kan hij niet vertrouwen…

    Op het moment dat jij roept dat in een interview altijd alle feiten gecheckt moeten worden, dan toont dat niet alleen dat je idee hebt wat het journalistieke vak inhoudt (en ik heb ook geen kritiek op wat jouw collega’s doen, want daar weet ik domweg onvoldoende van), maar je komt ook in gigantische filosofische problemen. Jij bent hier degene die naïef is, ik ben gewoon realistisch.

    Dus ja, als er volstrekt onrealistische eisen aan de journalisten van Trouw worden gesteld, dan kom ik natuurlijk voor Trouw op. Er is al genoeg reden voor kritiek op wat de journalisten wél fout doen, er is geen enkele reden voor kritiek op wat ze niét fout doen.

    @Ettje

    Daarom ben ik ook zo blij dat er in de bijbel zoveel verschillende verhalen over eenzelfde gebeurtenis staan! Stel je voor dat alle vier de Evangelisten exact hetzelfde hadden geschreven over het optreden van Jezus! Dan zouden we toch, op z’n minst, gezegd hebben dat de ene Evangelist het gewoon klakkeloos van de ander heeft overgenomen… , of plagiaat heeft gepleegd?! En ‘t zelfde geldt voor veel OTestamentische verhaal, die over hetzelfde onderwerp sterk van elkaar kunnen verschillen. Hoe meer verschillende bronnen, hoe beter!

    Je moet altijd inschatting maken van de betrouwbaarheid van een bron (en wat ik tegen Wilfred zeg over bronnen: het gaat niet zozeer om de betrouwbaarheid van een bron, als wel over de waarheid van een bewering. En dat is niet hetzelfde). Een ooggetuige is vaak betrouwbaarder dan iemand die dat niet is, een onafhankelijke ombudsman is vaak betrouwbaarder dan een politicus. Meer slechte bronnen zorgt niet vaak voor een betrouwbaarder beeld. Het is dus ook geen kwestie van ‘hoe meer bronnen hoe beter’, het gaat erom dat je een goede inschatting kan maken van de juistheid van beweringen, tenminste, als het doel is waarheidsvinding en niet zozeer het bieden van een platform voor het uitwisselen van ideeën.

  25. @Johan, Rijdende Dwaze Rechter

    – als artikelen grote consequenties hebben voor de direct betrokkenen of de samenleving (de sharia-driehoek is een overduidelijk voorbeeld hiervan), dan heb je de morele plicht feiten te dubbel-checken.

    Het punt met het sharia-driehoekverhaal is volgens mij niet zozeer dat de bronnen niet bestaan, het verhaal op zich had geen enkele nieuwswaarde. Een verhaal zonder substantie, maar met grote woorden als ‘sharia-driehoek’ lijkt me niet geschikt voor in een krant. Een aanvulling, helemaal eens met wat je schrijft. En grappig om te zien hoe Jan-Dirk Snel zich tegen het artikel afzet en er toch vanuit gaat dat de bronnen op zich deugdelijk zijn. Zo kan het natuurlijk ook 🙂

  26. @DH:

    Ik heb eens een man geïnterviewd die met autistische jongens ging vissen, omdat zij daardoor rustiger en geconcentreerder zouden worden. Wat verwacht je dan van mij? Moet ik in de bosjes gaan liggen om te zien of die man inderdaad met jongens gaat vissen? Moet ik aan een pscholoog vragen of die jongens inderdaad autistisch zijn? Moet ik aan de ouders vragen of zij er inderdaad rustiger van worden? Of mag ik gewoon zijn verhaal opschrijven?

    Ik heb geen idee hoe jij aan je bronnen komt en hoe je meent te weten hoe betrouwbaar die zijn. Als je dus met dit soort voorbeelden aan komt zetten, weet ik dus niet wat ik daar van moet denken. In zijn algemeenheid zou ik denken dat de nieuwswaarde van iemand die beweert autistische jongens rustig te krijgen door met ze te gaan vissen beperkt is, tenzij meermaals gebleken is dat dat werkt. Hoe jij dat als journalist meent uit te kunnen vogelen, laat ik helemaal aan jou over. Of je dan je artikel in september of in januari kunt schrijven, doet aan de nieuwswaarde m.i. in dit geval weinig af. Tenzij je denkt dat dit een dermate effectieve therapie inhoudt dat je de wereld er onmiddellijk over moet informeren. In dat geval neemt je verantwoordelijkheid zodanig toe dat je wel over zou moeten gaan tot meer verificatie.

    En je doet dan het volk ook tekort, omdat het vaak belangrijker is om te weten welke ideeën er leven dan of de journalist vindt dat die ideeën juist of waar zijn.

    Ik heb geen uitermate hoge pet op van wat ‘het volk’ denkt of meent te weten, net als dat ik geen uitermate hoge pet op heb van wat ik zelf meen te weten. Ik neem Kahneman in die zin serieus dat ik ook zelf regelmatig verkeerde inschattingen maak over wat ik meen te weten en er dan toch serieus naast zit. Als je dan denkt dat je ook wel zonder objectiveerbare bronnen kunt, neem je een groot risico. Fijn dat je dan denkt te wereld te dienen en fijn dat je dan meent anderen serieus te nemen, maar juist gezien je eerdere opmerkingen over de verantwoordelijkheid van media dien je dan een extra stap te zetten. En dan kun je dus niet volstaan met een inconsistentie-check.

    In de filosofie heb je geen garantie van waarheid, in de wetenschap heb je geen garantie van waarheid, in het recht heb je geen garantie van waarheid. Die garantie wel eisen bij journalistiek is idioot. En dan druk ik mij bijzonder genuanceerd uit.

    Ik gebruik het begrip ‘waarheid’ in deze context natuurlijk niet in strikt filosofische zin. Ik ‘eis’ die niet van de journalistiek, ik vraag me wel af waarom journalisten geneigd zijn een lagere drempel aan te leggen dan advocaten of officieren van justitie, maar dat is in zijn algemeenheid een andere kwestie. Ik trok de vergelijking met de rechtspraak omdat in beide gevallen een getuige te berde wordt gevoerd. Het lijkt me niet meer dan redelijk om in beide gevallen soortgelijke criteria aan te leggen om te bepalen wanneer iemand als betrouwbaar wordt bestempeld.

    Of jij je wel of niet genuanceerd uitlaat, laat ik ter beoordeling aan anderen over. 😉

    Het is een heel sterk criterium. Probeer maar eens een verhaal te verzinnen en tijdens een interview, met zowel verwachte als onverwachte vragen, dat verhaal coherent uit te dragen. Dat is echt ongelovelijk moeilijk.

    Er zijn zoveel voorbeelden van mensen die dergelijke pogingen hebben ondernomen (denk maar eens aan alle rechtzaken die zijn gestrand op de beweringen van een verdachte die niet buiten redelijke twijfel aannemelijk werden geacht, b.v. in de VS of het UK), dat je toch wel erg moet overdrijven om dat als “ongelofelijk moeilijk” te omschrijven. Tenzij je natuurlijk in al die gevallen van de onschuld van die personen overtuigd bent.

    Zoals gezegd kan je heel veel feiten niet eens checken en is het soms belangrijker om iemands verhaal te vertellen dan om de feiten uit een verhaal te checken.

    De interessante vraag in dit verband blijft wel hoe je dan kunt weten dat je iets te berde brengt wat daadwerkelijk nieuwswaarde heeft, of dat je een spreekbuis bent. Stel dat je daadwerkelijk getrouw een bron representeert, dan nog is de vraag hoe betrouwbaar die is en wat daarvan de relevantie is. Ik heb sterk de indruk dat veel fout is gegaan doordat men meende dat zoiets als Ramesar schreef daadwerkelijk het geval zou kunnen zijn. Omdat men meende daarmee de samenleving te kunnen dienen door dat weer te geven, werd het gepubliceerd.

    Hetzelfde zou je, verschillen daargelaten, kunnen beweren voor delen van het evangelie. Dezelfde kwesties dienen zich daar aan. Als je het al voldoende vindt dat mensen beweringen van anderen weergeven die maatschappelijk impact kunnen hebben, dan ben je behoorlijk postmodern bezig. Ik kan dat moeilijk rijmen met je eigen opvattingen over waarheid.

    Op het moment dat jij roept dat in een interview altijd alle feiten gecheckt moeten worden, dan toont dat niet alleen dat je idee hebt wat het journalistieke vak inhoudt (en ik heb ook geen kritiek op wat belastingambtenaren doen, want daar weet ik domweg onvoldoende van), maar je komt ook in gigantische filosofische problemen. Jij bent hier degene die naïef is, ik ben gewoon realistisch.

    Sorry, ik ben de overdrijving beu. Ik heb nergens beweerd dat alle feiten gecheckt moeten worden; ik heb telkens geschreven dat je moet pogen de betrouwbaarheid van je getuige te peilen. Als je dat moedwillig uit het oog wilt verliezen, dan ben ik wel klaar met deze discussie.

    Je moet altijd inschatting maken van de betrouwbaarheid van een bron (en wat ik tegen Wilfred zeg over bronnen: het gaat niet zozeer om de betrouwbaarheid van een bron, als wel over de waarheid van een bewering. En dat is niet hetzelfde).

    In het geval van de evangelien gaan beide m.i. hand in hand. Ik ben benieuwd hoe jij in het geval van beweringen over wat Jezus deed de waarheid van de bewering zou willen scheiden van de schrijver die de bewering te berde bracht. Tenzij je natuurlijk bereid bent bronnen als Q te accepteren, over welks betrouwbaarheid je, om Cees Den Heyer over een ander onderwerp te parafraseren, “niks met zekerheid kunt zeggen”.

  27. @Johan:

    Er zijn zeker wel veel parallellen te trekken tussen historiografie (geschiedschrijving) en journalistiek. In beide gevallen gaat het om waarneming van gebeurtenissen en brononderzoek (waarbij je te maken hebt met zowel primaire als secundaire bronnen), een contextuele validatie en interpretatie van die bronnen, en de geschiedschrijving-journalistiek zelf die ofwel naar objectiviteit-neutraliteit streeft of gekleurd kan zijn door de belangen en context van de geschiedschrijver/journalist.

    Je maakt in je comment een aantal interessante opmerkingen, maar ik neem aan dat je met me eens bent dat er ten aanzien van de oude historie ook wel een aantal onoverkomelijke verschillen zijn die maken dat je niet dezelfde soort van strikte 1-bron-is-geen-bron-benadering in die gevallen kunt toepassen?

  28. “Er zijn zoveel voorbeelden van mensen die dergelijke pogingen hebben ondernomen (denk maar eens aan alle rechtzaken die zijn gestrand op de beweringen van een verdachte die niet buiten redelijke twijfel aannemelijk werden geacht, b.v. in de VS of het UK), dat je toch wel erg moet overdrijven om dat als “ongelofelijk moeilijk” te omschrijven. Tenzij je natuurlijk in al die gevallen van de onschuld van die personen overtuigd bent.”

    En je moet ook de gemiddeld genomen ontvanger niet overschatten.
    De klank en the feel in combinatie met de wil om interessant klinkende artikelen te geloven. Bijvoorbeeld ‘De bruid van Satan’ werd best laat onder de kritische loep gelegd. Of het boek: ‘Echte mannen eten geen kaas’. Ik vraag mij echt af hoeveel onzin er jaarlijks onder mijn neus door gaat.

  29. @Wilfred: De verschillen zitten hem vooral hierin dat een journalist directere bronnen tot zijn beschikking heeft. Veel historische bronnen zijn overleveringsverhalen en -geschriften en dus minder betrouwbaar.

    Het principe ‘één bron is geen bron’ zou ik voor historische reconstructie ook niet verkeerd vinden. Vaak wordt gebruik gemaakt van de archeologie en andere contextuele bronnen om een historiografische bron te valideren. Maar natuurlijk kun je de historiografische bron ook op z’n eigen merites boordelen. Staat de historiograaf in een traditie van nauwgezette overlevering of is hij vooral ‘his master’s voice’ (voorlichter of propagandist in plaats van journalist)?

  30. @Wilfred

    Sorry, ik ben de overdrijving beu.

    Je hebt gewoon verwachtingen bij journalistiek die nog niet een klein beetje realistisch zijn. Ik overdrijf nergens, ik ga zakelijk in op jouw beweringen die echt nergens op slaan. En nogmaals: Er is genoeg mogelijkheid om kritiek te hebben op journalisten om wat ze wel fout doen, kritiek op wat ze niet fout doen is volstrekt onnodig.

  31. @Wilfred: over Frank Ouweneel, bronnen en falen gesproken: het schiet al lekker op daar bij Nieuw Zeeland. Ondanks de hoge concentraties van radioactiviteit. 🙂
    http://www.renaproject.co.nz/

    Da’s in ieder geval een verhaal waar Trouw niet ingestonken is. 😉

  32. @Maf: 🙂

    @DH:

    Ik overdrijf nergens, ik ga zakelijk in op jouw beweringen die echt nergens op slaan.

    Geef mij dan maar de quote waar ik beweerd heb dat in een interview altijd alle feiten gecheckt zouden moeten worden. Dat dat niet is wat ik bedoel en wat ik volgens mij ook nergens beweerd heb, blijkt al uit een van mijn eerste reacties:

    Ik zou ook niet willen beweren dat je alles moet checken, maar net als in een rechtzaak gaat het om de betrouwbaarheid van een getuige. En daar wil je wel enige zekerheid over hebben, voordat je hem ten tonele voert.

  33. @Johan:

    Veel historische bronnen zijn overleveringsverhalen en -geschriften en dus minder betrouwbaar.

    Dat klopt, maar dat hangt ook wel weer af van de afstand tussen de auteur en het tijdstip waarop dingen hebben plaatsgevonden en de betrouwbaarheid van zijn bronnen (en hun nabijheid tot de gebeurtenissen). Hearsay is in beginsel altijd minder betrouwbaar dan een directe getuige. Maar ook daar zijn wel uitzonderingen op mogelijk. 😉

    Maar natuurlijk kun je de historiografische bron ook op z’n eigen merites boordelen. Staat de historiograaf in een traditie van nauwgezette overlevering of is hij vooral ‘his master’s voice’ (voorlichter of propagandist in plaats van journalist)?

    Dat lijkt mij ook wel mogelijk. Stel dat je geen andere bronnen (b.v. archeologische gegevens) tot je beschikking hebt maar alleen het werk van een historiograaf, dan moet je natuurlijk erg terughoudend zijn met conclusies, maar ik zou niet zo ver willen gaan om in die omstandigheden te beweren dat je daar als historicus niks mee zou mogen doen.

  34. @Wilfred: Het gaat om de weging. Ook een enkele bron kun je rustig gebruiken, maar niet voor een serieuze historische of journalistieke reconstructie. De bron heeft dan hooguit waarde als persoonlijk getuigenis.

    In bovenstaand artikel is het checken van feiten genoemd. De enige manier om feiten te checken is met extra bronnen. Daarom is het één-bron-is-geen-bron bij serieuze (onderzoeks)journalistiek en historiografie een vanzelfsprekend uitgangspunt.

    Dit uitgangspunt wordt sinds de Verlichting ook in de rechtspraak gebruikt. Bij serieuze zaken is de bekentenis van een verdachte niet voldoende om tot een veroordeling te komen. Er moet aanvullend bewijs zijn in de vorm van getuigen, camerabeelden, vingerafdrukken, dna, etc.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Bewijs_(strafrecht)

Reacties zijn gesloten.