bergtop

Een berg in het drijfzand, deel 1

Proloog

De dijk staat vol met mensen, het lijkt wel of het halve dorp is uitgelopen om het drama te aanschouwen en niemand doet iets. Iedereen kijkt toe hoe onderaan die dijk waar  de gemeente bezig is geweest met graafwerkzaamheden een paar kinderen ploeteren in het drijfzand.

Ik probeer met alle kracht die ik heb mijn neefje en nichtjes uit het drijfzand te halen, maar het lukt me niet. Het enige dat ik kan doen is hun handen blijven vasthouden. En het ergste is nog dat het mijn schuld is. Ik heb ze meegenomen naar die gevaarlijke plek, terwijl tante nog zo gezegd had dat het niet mocht omdat er drijfzand is en ik goed op mijn neefje en nichtjes moet passen. Maar we gingen toch om bloemen te plukken en ik ben de verantwoordelijke oudste. De tijd die verstrijkt lijkt wel een eeuwigheid te duren. De kinderen zinken steeds dieper weg. Ik raak totaal in  paniek en zie naast mij dat mijn oudste broer is komen helpen. Hij probeert om het neefje eruit te halen maar het kost hem ook ontzettend veel moeite. Dan komt een man de dijk af lopen. Hij trekt de kinderen uit het drijfzand alsof het niets is. Hij kijkt met vriendelijke zachte ogen naar mij en vertrekt weer zonder dat ik een woord tegen hem kan zeggen.

Ik weet niet meer hoe ik thuis ben gekomen maar ik weet wel dat mijn ouders, mijn tante en mijn oma verschrikkelijk kwaad waren vanwege mijn ongehoorzaamheid en dat ik van diepe ellende en schaamte die dag achter de bank verscholen heb gezeten zonder dat ik mij nog durfde te verroeren. De schaamte en het enorme schuldgevoel zijn mij nog lang bijgebeleven.

2011, drie visioenen:

De berg

Ik sta recht voor een berg, hij is levensgroot en het is de bedoeling dat ik deze berg ga beklimmen. Ik reken mijzelf tot de gelovigen en denk dat de berg God vertegenwoordigt. Natuurlijk wil ik de berg gaan beklimmen,  wie wil als gelovige niet als Mozes zijn die stralend van Gods heerlijkheid de berg af kwam.

In gedachten onderneem ik alvast wat pogingen om te  gaan klimmen en God op de top te ontmoeten maar het slaat nergens op. Ik heb geen idee wat ik aan het doen ben en God is in geen velden of wegen te bekennen. Ik begin te verlangen naar het gezelschap van medegelovigen want wie weet, kan ik achter ze aan klimmen en alleen is ook maar alleen. Deze gedachte  spreek ik uit naar  God. Maar helaas, het antwoord dat in mijn hoofd opkomt is dat het toch echt de bedoeling is om de berg alleen te gaan beklimmen. Aangezien de berg van u is, verwacht ik hulp van u, antwoord ik terug, richting een onzichtbare God die zich  schuil houdt.

De grot

De grot is  donker, er is nergens een lichtpunt te bekennen wat betekent dat er geen weg uit is. Op raadselachtige wijze komt er een touw naar beneden vallen. Waar het touw vandaan komt is niet te zien. Ik denk dat ik het touw moet pakken, hoe zou ik anders uit de grot moeten komen? Ik pak het touw vast maar er gebeurt helemaal niets en dat frustreert. Waarom gebeurt er niets? Is de persoon die mij uit de grot zou kunnen trekken aan de andere kant van het touw in slaap gevallen? Of is het touw een fatamorgana, een teken van valse hoop?

De weg

Langs de kant van de weg en op de weg liggen lichamen van mensen, Ik bestudeer ze , de lichamen vertonen geen tekenen van leven , ze zijn dood. De weg voert verder onder een brug door en daar hebben een aantal mensen zich opgehangen.  Ik loop maar door  en vraag mij af wat dit te betekenen heeft. Ben ik eigenlijk een van hen? Ben ik een wandelende zombie? Ik denk dat ik leef maar misschien ben ik net zo dood als de rest maar weet ik het nog niet. Een andere optie is dat ik leef, maar dat lost het raadsel niet op van de dood die ik gezien heb.

 

IMG_0094

Mei 2014, de melding

De brief gaat aangetekend op de bus naar de Raad van Bestuur. Ik heb het alleen moeten doen. Collega’s zijn het weliswaar absoluut eens met de inhoud van de klokkeluidersmelding maar durven geen handtekening te zetten. Voor mezelf is de afweging het zwaarste dat ik niet met een grote schuld kan leven. Ik weet hoe zwaar dat is. Ik moet er alles aan gedaan hebben wat in mijn vermogen ligt om de patienten die van mij afhankelijk zijn te helpen. Ze kunnen niet voor zichzelf opkomen en familie doet het niet.

Mijn motieven zijn zeker niet alleen altruïstisch, zij zijn in zekere zin ook egoïstisch. IK kan  niet leven met schuldgevoel. Dat schuldgevoel is met de dag groter aan het worden omdat ik toe moet kijken hoe patienten de dupe worden van dom  gewetenloos beleid dat onder de vlag van reorganisatie en bezuiniging gevoerd wordt. Uiteindelijk weegt dit zwaarder dan de tegenstand die ik als klokkeluider verwacht van de directie.  Hoe naïef kan een mens zijn.

 Wordt vervolgd

Advertenties

14 gedachten over “Een berg in het drijfzand, deel 1”

  1. Goed geschreven.
    De opzet maakt nieuwsgierig naar het vervolg.
    Naar de feiten maar zeker ook naar de werking van die visioenen.
    Eerlijk duurt altijd het langst…

  2. Het leest als het begin van een duistere, grimmige pelgrimage, op zoek naar waarheid, gerechtigheid en genade. Vooral dat derde visioen is heel beklemmend. Goed gecomponeerd en geschreven, graag snel het vervolg!

  3. @Flips
    Het idee van een feuilleton is juist dat je moet wachten op het vervolg, waardoor het alleen maar spannender wordt 🙂 Deel twee komt volgende week woensdag.

  4. @Gastauteur: Helemaal eens met Johan. Dat kan je in een behoorlijk isolement plaatsen!

    Ik ben benieuwd naar de rest…

    Heb je gekozen voor dit nummer vanwege met Elia en de berg, of zit er niks achter? 😉

  5. Dan komt een man de dijk af lopen. Hij trekt de kinderen uit het drijfzand alsof het niets is. Hij kijkt met vriendelijke zachte ogen naar mij en vertrekt weer zonder dat ik een woord tegen hem kan zeggen.

    lijkt mij een sleutelpassage, ik vind het heel sterk geschreven.

  6. Spannend, ben heel benieuwd naar de afloop, laten we maar hopen dat het goed komt. Kokkenluiders zijn in Nederland, hoewel het een vrij land is,en de boel op papier goed geregeld is, behoorlijk onbeschermd.

  7. @Rob: Dat is zeker zo. En dat is een slechte zaak, want men bedenkt zich dan wel tweemaal voordat men wat aankaart. 😦

  8. @rob
    misschien heb ik profetische gaven, misschien speculeer ik maar wat, maar eigenlijk vind ik gewoon de stijl van schrijven heel mooi. Wekt verwachtingen!

Reacties zijn gesloten.